woensdag, juli 29

Neophyten

Neophyten zijn niet nieuw. (pun intended)
Neophyten of exoten zijn soorten die zich gevestigd hebben in streken waar ze eerst niet voorkwamen.

Het verschijnsel is van alle eeuwen. De flora van nu kent heel wat andere soorten dan die in de romeinse tijd. Er zijn talloze soorten planten en dieren meegelift met reizigers. Sommigen zijn met opzet geïmporteerd, zoals door von Siebold die in japan diverse soorten struiken en planten verzamelde. Andere soorten zijn uit Noord-Amerika, Zuid-Amerika, of China hierheen gehaald. Eenmaal in Europese tuinen aangeplant, bleken ze het klimaat en de bodem te waarderen en verspreiden zich in het wild. Zo komen een aantal van onze bollen uit het huidige Turkije.

Anderen zijn onbedoeld meegelift, zoals het Bezemkruiskruid en het Klein knopkruid.

Eind juni wandelden mijn vrouw en ik door de duinen ten zuiden van Loosduinen. Daar kwamen we een lid van de Leliefamilie tegen. Ik dacht eerst aan de Boerenlelie, maar dat bleek bij thuiskomst toch niet te kloppen. In de Flora Helvetica zag ik de Hemerocallis fulva. Deez soort, afkomstig uit Azie van de Kaukasus tot Korea en Japan. In de Verenigde Staten staat ze als invasieve plant bekend. In Nederland wordt ze vanwege haar prachtige bloemen door verschillende kwekers aangeboden.
Blijkbaar is ze ook in ons land in stata te verwilderen. Tenzij er schadelijke neveneffecten zijn, lijkt me dat met deze prachtige bloemen geen ramp.

De soort komt overigens voor in het Nederlands soortenregister on de naam Bruine daglelie. Dat bruin vind ik persoonlijk niet zo toepasselijk, oranje komt voor mij voor wat betreft de kleur van de kroonbladen dichter bij de waarheid.

Overigens heeft ze ook nog andere namen: Daglelie en Achtuur-bloem.

De site waarneming.nl geeft als zeldzaamheid alggemeen, iets wat me twijfelachtig lijkt, want vervolgens zie ik slechts 4 waarnemingen: 3 in zuid-limburg, 1 in gelderland.

zaterdag, maart 28

Westduinpark


Het Westduinpark is een stuk duingebied tussen Scheveningen en Kijkduin. Over dit fraaie stuk natuur heb ik al eerder geschreven. Vrijdag 28 maart maakten we er weer eens een wandelingetje. Langs de zeereep viel nog niet veel bloeiends te ontdekken. Maar in het binnenduin stuiten we op de Grote sneeuwroem. Een leuk klein plantje. Klein, ondanks zijn naam.

Even later kwamen we de Oosterse sterhyacinth tegen. Die lijkt er sterk op, ten minste op het eerste gezicht. Maar als we de bloemen nader bekijken zien we grote verschillen. Zo zijn de meeldraden van de Ossterse sterhyacinth allen losstaand en is het vruchtbeginsel direct zichtbaar. Bij de planten in het geslacht sneeeuwroem zit het vruchtbeginsel opgesloten in een kokertje. Van dit kokertje begreep ik dat dit uit uitgegroeide, platte meeldraden bestaat.
De twee stonden vrij dicht bij elkaar in de buurt, blijkbaar houden ze van dezelfde bodemgesteldheid.

zaterdag, maart 21

Waalsdorpervlakte

De Vlakte van Waalsdorp, zoals het officieel heet, is natuurlijk geen natuurterrein. Het is een militair terrein.

Mijn vrouw en ik zijn vorig jaar begonnen delen van het Hollands kustpad te volgen. Dit loopt van Hoek van Holland tot Den Helder. Het traject van vandaag loopt vanaf het TNO/NATO gebouw op de Haags - wassenaarse grens over de Waalsdorpervlakte vlakte naar Meijendel. De bewegwijzering in het boekje was onmogelijk te volgen, maar de bewegwijzering langs de paden was vrij goed. Op 1 y-splitsing ontbrak de bewegwijzering. Daar hebben we de linkertak van de Y gekozen en kwamen goed uit.

Op de Vlakte van Waalsdorp is er natuurlijk het herdenkingsmonument. Vorig jaar ben ik daar voor het eerst geweest, met onze oudste zoon. Dat was heel indrukwekkend. De herinnering daaraan kwam weer helemaal boven. Naast de bekende klok zijn er ook een aantal kruisen, die herinneren aan de 250-280 landgenoten die hier hun leven lieten voor Vaderland, onafhankelijkheid en Vrijheid.

Hoewel er nog vrijwel niets in bloei staat, was het een afwisselende wandeling. Stukjes bos, open zand, duindoorn. In Meijendeel kruist onverwacht een roedel herten ons pad. Het voorjaarshelmkruid kwam al goed op. Dit is een echte vroegbloeiende duinplant, met onopvallende geelgroene bloemetjes.

woensdag, maart 18

Crocusjes

In de lunchpauze probeer ik elke dag een korte wandeling te maken. Daarmee sla ik 3 vliegen in 1 klap: ik bestrijd het op mijn leeftijd altijd zeurende overgewicht, het helpt de rugklachten te bestrijden en ik kan nog eens wat mooie natuur fotograferen.

Omdat de huidige klant in Zeist zit, is dat dus regelmatig Zeist.

Een of twee weken terug hadden we opeens een mooi lunchpauze, en de bijen uit een kast komen en lustig de buitenlucht verkennen.

En vorige week zag ik ook een stel wilde krokusjes. Nu is dat niet zo bijzonder, want krokussen worden overal aangeplant en bloeien al een paar weken volop in de middenbermen van de wegen in de grote steden. Maar dit waren verwilderde exemplaren (gebeurt ook volop, nog steeds niets bijzonders) met een hele zwerm wespen.

Nu hebben ze mij geleerd dat hommels de eerste insecten zijn, omdat ze een mechanisme hebben om voor zichzelf extra warmte te verzorgen. Maar dit jaar heb ik nog geen hommel gezien. Dus komt de vraag op: is er iets met onze hommels gebeurd?

woensdag, december 3

Zuiderpark



Het Zuiderpark is een park in de zuidwest hoek van Den Haag, aangelegd bij de grote uitbreiding van den haag uit de jaren 20 van de 20e eeuw. Het is gericht op een combinatie van educatie, natuur, cultuur, sport en ontspanning.

De educatie is er in de vorm van o.a. de kinderboerderij (ja, ik weet, dat heet nu anders), de Heimanshoeve en de kruidentuin.
Sport was altijd volop aanwezig met het Ado-stadion en een aantal andere sportterreinen. Het Ado-stadion wordt nu afgebroken, maar de nieuwe bestemming van het vrijkomende gebied zal ook uit sportfaciliteiten bestaan. Ontspanning is bijvoorbeeld mogelijk op de speelweide in het noordelijk deel. Cultuur is door het hele park te vinden in de vorm van een aantal beelden van 20e eeuwse kunstenaars. En in het openluchttheater. De natuur is op verschillende plaatsen nadrukkelijk vertegenwoordigd.

De posthoorn had een advertentie van een rondleiding door Nivon. Hoewel ik het idee had daty ik het park al goed kende, leek de rondleiding me leuk: altijd kans eens in de delen te komen waar een mens nooit komt of eens de namen van een paar van de talloze bomen te horen die er in het zogenaamde bomenland staan.

De weersverwachting was belabberd: buien en koud. De opkomst was dan ook navenant: 4 rondleiders, en pm 10 van de 35 mensen die zich hadden opgegeven. Vanuit Nivon was er iemand vanwege de organisatie, vanuit de gemeente waren er 2 gidsen en ook de haagse vogelbescherming was aanwezig met een gids.

De wandeling voerde eerst door de heimanshoeve, waar de gids vertelde over de systeemtuin en de landschappentuin. Aardige info. Het eilandje bij de loevesteinlaan, achter de kerk, bevat in het voorjaar/zomer een behoorlijk aantal orchideeen. Het wordt systematisch verschraald.


Van de Heimanstuin voerde de wandeling naar de eendenkooi. Ja, die is er. Hij is normaal niet toegankelijk, en is een historisch monument uit de 16e eeuw. Een goed bewaard geheim. De gids van de haagse vogelbescherming legde de werking uit.

Onderweg zagen we de sporen van de wind: een populier was omgewaaid door de harde wind in de afgelopen nacht.


Vandaar liepen we door het bomenland waar de gids ons het werk liet zien dat er de laatste jaren gebeurd was: veel spontaan opgekomen onderbegroeing is verwijderd, en hier en daar zijn nieuwe delen aangeplant. Het bomenland is een waardevol arboretum.
Telkens wist de gids wel iets aardigs te vertellen. Zo is de groep iepen Ulmus pumila ten oosten van de vijver een van de grotere groepen u. pumila in Nederland

Al met al een leuke wandeling, waar ik absoluut geen spijt van heb.

vrijdag, november 7

Zeewolfsmelk


Al eerder heb ik hier geschreven over het Westduinpark. In de herfstvakantie maakten we er een wandeling, met rolstoel en krukken omdat mijn vrouw nog herstellende is van haar enkeloperatie. Toevallig kwamen we hem toevallig tegen: de Zeewolfsmelk, Euphorbia paralias op de duinreep, waar hij ook verwacht mag worden.

Volgens de rode lijst is hij "zeer zeldzaam". Het meest komt hij voor op Voorne Putten, maar ook in de waterleidingduinen bij Lisse-Haarlem kan hij aangetrogffen worden, terwijl ook op de waddeneilanden een aantal exemplaren voorkomen.

En dus ook in het Westduinpark. De exacte plaats verraad ik niet, het risico dat iemand hem meeneemt vindt ik te groot.

zaterdag, september 20

Boongal


Voor camping de Betteld heb ik ooit 3 wandelingen beschreven. Die had ik wat uit willen breiden tijdens een weekje vakantie daar, maar nu mijn vrouw nog een aantal weken thuis zit met een gebroken enkel, moet ik mijn aandacht richten op zaken die dichterbij liggen. Het dichtstbij ligt het Florence Nightingalepark. Volgens de gemeente Den Haag is dat een buurtpark. Het valt op door de vele stinzenplanten. Ik ben begonnen een wandeling door het park te beschrijven, en zo de Heere wil en wij leven zal ik die zeker bij de andere wandelingen publiceren.

Ik trof er ook twee soorten wilgen aan. Nu zijn wilgen niet gemakkelijk te determineren, maar ik kwam uit op de schietwilg en de kraakwilg. Beiden staan ze als knotwilgen langs een sloot. Op de schietwilg zag ik boonvormige gallen. Als ik de website van werthof goed interpreteer is dit dus pontania proxima. Die geeft geen Nederlandse naam, de naam boongalg is op een groot aantal pontania soorten van toepassing.

De boonvormige gladde gallen zijn ongeveer even groot aan beide zijden van het blad. Het vrouwtje legt haar ei in het blad. De gal ontstaat doordat de larve van het zachte blad begint te eten. Het blad verzet zich hiertegen door een harde gal rondom de larve te vormen. Deze kan groen, rood of geel zijn, en bevat een enkele larve. De meeste auteurs schijnen er van uit te gaan dat er 2 generaties per jaar zijn: de voorjaarsgeneratie komt aan het eind van het voorjaar uit haar verpopping tevoorschijn. Aan het eind van de zomer komt de tweede generatie uit en de larven hiervan overwinteren als pop.

De larven van P. proxima vormen weer voedsel voor o.a. vogels. Ze vormen echter ook voedsel voor de parasieten Pnigalio nemati, voor de parasitaire wesp Pteromalus dolichurus (familie Pteromalidae), Scambus vesicarius, de sluipwesp Diaparsis stramineipes
(familie Ichneumonidae), de parasitaire wespen Bracon picticornis en Bracon discoideus (familie Braconidae) en voor
de snuitkever Curculio salicivorus.

Nu zou een mens gemakkelijk denken: met al die parasitaire wespen blijven er maar weinig over. Maar in de praktijk valt dat op de een of andere manier reuze mee: bij een observatie bleek dit slechts tot 7% reductie in het aantal pontania te leiden! Nu komen die wespen en andere insecten niet hier in dit parkje voor (ik heb ze in ieder geval niet gezien), maar het illustreert voor mij wel de ongelooflijke diversiteit in de schepping.

dinsdag, juli 29

Westduinpark


"Westduinpark" is de naam van een stuk duinen tussen Scheveningen en Kijkduin. De naam park suggereert dat het is aangelegd. Maar dat is niet echt waar: weliswaar zijn er door de gemeente den haag al decennia lang paden aangelegd, en wordt er af en toe ruimte gemaakt om de natuur weer haar gang te laten gaan, toch bestaat een groot deel van de begroeiing uit natuurlijke planten, bomen en struiken. Het Westduinpark en de Bosjes van Poot zijn samen ruim 235 hectare groot. De website van de gemeente den Haag vermeldt terecht dat de Bosjes van poot door de Nieboerweg en door "bebouwing" gescheiden zijn van het Westduinpark. Toch is het een beschermd natuurgebied: Als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, vierde lid, van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L206) wordt aangewezen: het op de bij dit besluit behorende kaart aangegeven gebied, bekend onder de naam: Westduinpark & Wapendal.

Hoewel het stuk duinen dus niet groot is, en er behoorlijk wat cultuurdruk is door de nabijheid van Den Haag, is er toch nog een grote variatie in plantengroei en is het stuk duin rijk aan typische duinflora.

Dat laatste merkten we enkele weken geleden, toe we na een strandwandeling achter de zeereep terug liepen. Daar bloeide de Zeewinde, een lid van de windefamilie. De bloemen zijn even groot als die van de Haagwinde, maar meestal roze met een witte streep, wat een bijzonder mooi en zacht effect geeft. Een belangrijk en gemakkelijk verschil met de andere in ons land voorkomende windesoorten zijn de niervormige bladeren.

Volgens de Heukels Flora behoort ze tot de Pioniervegetatie op brakke droge stuivende bodem. dat was hier ook duidelijk het geval. Ze is beschermd, en dat geldt voor alle onderdelen van de plant: ze zou volgens verschillende websites integraal beschermd zijn.

woensdag, juni 11

Neeltje Jans

Op weg naar mijn schoonfamile in Zeeland maken we regelmatig een stop op Neeltje Jans.Neeltje Jans is een kunstmatig aangelegd eiland in de monding van de Oosterschelde. Het werd aangelegd tijdens de bouw van de getijdenkering, en was voor die tijd een zandplaat.

Tot nu toe stopten we meestal aan de zeezijde, maar afgelopen zaterdag brachten we eens een bezoekje aan de Oosterscheldezijde van het eiland.

Bij de Oosterschelde groeien meer dan 5 verschillende wieren. Het blaasjeswier kenden we al, nu kwamen we ook een andere soort tegen waarvan we vermoeden dat dit het knotswier is. Een mossel of oesterbank groeide net onder de waterspiegel. De tijd ontbrak ons om het getijdenpad te lopen dat hier begon. Het bord bij het getijdenpad noemde duidelijk meer dan 5 wiersoorten die hier voorkomen, zeker de moeite van een volgend bezoekje waard.

Iets hoger ontdekten we de Knikkende distel, Carduus nutans, die in de Hollandse duinen algemener zou moeten zijn dan in de Zeeuwse, maar die we daar tot nu toe niet zijn tegengekomen. Opvallend zijn de grote, 5 cm brede bloemhoofdjes met hun felle paarse kleur, die enigszins geknikt hangen, iets waar de plant ook haar Nederlandse naam aan ontleent. Ook verschilt de soort door de duidelijk afstaande omwindselbladen, de punten zijn zoals bij de distels gebruikelijk iets teruggeslagen (dit in tegenstelling tot de vederdistels). Bij andere distelsoorten zijn het soms alleen de toppen die afstaand zijn, hier zijn het de relatief brede omwindselbladen in hun geheel.

Er groeiden verschillende exemplaren, natuurlijk nog niet in bloei, want volgens de Heukels begint de bloeiperiode pas in juli, dus het ene exemplaar dat op 7 juni al bloeit is al een uitzondering.

donderdag, juni 5

Savelsbos


Het Savelsbos is een hellingbos op de oostelijke Maasoever. De donderdag na Koninginnedag reden mijn vrouw en ik 's midddags naar camping "de Bosrand", dat haar naam eer aan doet aan de rand van dit bos ligt.



Hoewel de heenreis op de donderdag na Koninginnedag talloze regenbuien kende, was het op de camping droog. Na een eenvoudige broodmaaltijd maakten we een korte wandeling door het bos. Bij het verlaten van de camping viel de gele dovenetel al op. Elders in Nederland zie ik vrijwel altijd de gevlekte gele dovenetel, een gekweekte vorm die druk verwildert, maar hier bloeide de natuurlijke vorm. In het bos viel een viooltjessoort op en verschillende plukken Daslook. De Daslook is ook zo'n soort die elders alleen op buitenplaatsen en in parken voorkomt, en hier volkomen natuurlijk lijkt te zijn.

Op de camping kochten we als slot nog een wandelkaart van de omgeving en bestudeerden die voor de volgende dag. We wilden de wandelroute van Staatsbosbeheer volgen, en probeerden uit te vogelen hoe de wandeling van Staatsbosbeheer op de wandelkaart paste. De nacht op de camping was wat onrustig, voornamelijk door een groep Nederlanders achter ons die tot laat in de nacht zaten te borrelen en kletsen.

De volgende ochtend vonden we de startparkeerplaats zonder grote problemen. We parkeerden de auto naast de enige andere auto op het terrein. Een echttpaar van onze leeftijd was daar bezig zich klaar te maken voor een wandeling. Terwijl we onze bergschoenen aantrokken (wat overdreven voor zuid limburg, geef ik toe) las ik hardop het begin van de routebeschrijving. De mensen in de auto naast ons reageerden direct: "Zo te horen zijn jullie dezelfde wandeling als wij van plan".
Ze gaven ons de hint dat een van de aanwijzingen "na xx meter" veel te kort was geschat, misschien wel een paar honderd meter.


Gewapend met die kennis gingen we op stap. Onderweg kamen we al snel de wijngaardslak tegen, de grootste slak van Nederland. De mensen bleken gelijk te hebben en zonder moeite bereikten we de oude boswachterswoning. Hier kwamen we dit echtpaar weer tegen en ze wezen ons op de een miniatuur kapelletje dat in de steen was uitgehakt. Er lag een bosje Daslook bij. Die is in Nederland beschermd, maar hier groeien er zo veel dat ik me er niet echt boos om kan maken.


Het herkennen hiervan was onmiddellijk aanleiding voor een vraag over de witte dovenetel: was dit nu een orchidee of een brandnetel?
Dat klinkt voor kenners misschien als een hele domme vraag, maar op een bepaalde manier is de vraag ook wel heel logisch.
De bloemen van de witte dovenetel zijn kleine juweeltjes, qua vorm best wel een beetje te vergelijken met orchideeën. Dat geldt overigens voor veel lipbloemigen. De witte dovenetel is een heel algemene plant, die volgens de boekjes bloeit van februari tot november, maar als u hen in de resterende twee maanden bloeiend tegenkomt hoeft u niet verbaasd op te kijken. Ze horen bij de familie van de lipbloemigen, waarbij de bloemkroonblaadjes gedeeltelijk op een sierlijke manier vergroeid zijn.
Ook de verwarring met de brandnetel is zo vreemd nog niet: de bladeren lijken er spreken op, al prikken ze ook niet, de reden waarom ze dovenetels genoemd worden. Doordat ze ook vaak tussen de brandnetels groeien, is deze verwarring snel geboren. Brandnetels bloeien echter met onopvallende groene bloemetjes die nauwelijks als bloemen herkenbaar zijn. De witte bloemen van de dovenetel staan in keurige kransen.


Bij elke kruising wachtte het echtpaar even op ons om te vragen of ze zo wel goed liepen. Stiekum vermoed ik dat ze dat uit beleefdheid deden om te zorgen dat wij niet verdwaalden. De Daslook was overal in grote aantallen aanwezig.
Verderop bloeide het kruipend zenegroen, iets wat ik nog niet kende, hoewel het toch geen echt zeldzame plant is. Door de amandelwolfsmelk, in Nederland alleen in het Savelsbos te bewonderen, misten we de vuurstenenmijn, dus dat betekende een stukje op onze schreden terug keren.

De man van het echtpaar vroeg of dit een oerbos was. Een interessante vraag. Als zodanig staat dit bos niet te boek. In Nederland kennen we geen oerbos meer, hoewel het Norgerholt in Drenthe wel zo bekend staat. Dat is echter in de 19e eeuw aangelegd en kent door haar ouderdom en gebrek aan beheer wel een aantal zeldzame soorten. Het Savelsbos komt misschien meer in de buurt van een oerbos, de hellingen bemoeilijken bosbouw en de bomen zagen er ook niet echt aangeplant uit. Wat mij betreft komt er een roedel herten die het bos gedeeltelijk openhoudt. Die kunnen dan gelijk al die klimop eens vertreden, want die woekert nu wel erg. Verder mag het onderhoud wat mij betreft beperkt worden tot de paden. Zeker een wandeling aanbevolen.

De terugweg voerde langs een landweg, die minder interessant was maar ons wel snel terugbracht naar de parkeerplaats. Langs deze landweg kwamen we nog de paarse dovenetel tegen, waarmee we 3 soorten van hetzelfde geslacht op 1 tocht tegen kwamen: witte, paarse en gele dovenetel.