Ik denk dat het maandag 24 april is geweest dat ik tijdens mijn lunchpauze wandelingen een klein plantje zag op een muurtje langs de weg. Het plantje frappeerde, omdat het niet duidelijk was in welke familie het moest vallen. Vijf witblauwe kroonblaadjes, gedeeltelijk vergroeid, en niet uitgerand, zoals de botanici dat in vaktermen noemen. Dat wil zeggen dat de kroonbladen in het midden van de buitenrand geen 'deukje' hebben. De bloemen staab gegroepeerd in hoofdjes met een soort omwindselblaadjes.
Het vergroeien van de kroonbladen suggereerde dat het misschien in de Anjerfamilie zou kunnen thuishoren. maar bij het bladeren door enkele flora's leek het daar toch niet thuis te brengen. De bladeren van het plantje vormden een duidelijk wortelrozet. En daar waren er niet zo heel veel van.
Een tweede gedachte vormde de Ruwbladigenfamilie. De bloempjes waren heel klein, slechts enkele millimeters. En sommige vergeet-mij-nietjes hebben heel kleine bloemetjes. Maar ook daar was het plantje niet thuis te brengen.
De week daarop, de eerste week van mij, had ik een weekje vakantie genomen. Vorige week ging ik natuurlijk direct kijken. Helaas, het hele muurtje was keurig van onkruid gezuiverd. Nee, toch niet helemaal: aan het eind van het muurtje, vlak bij het spoorwegviaduct, stonden nog enkele exemplaren.
Omdat de familie niet duidelijk was, ben ik toch maar eens met een van de grote sleutels voorin de Heukels flora aan de slag gegaan. Eerlijk gezegd heb ik daar niet zulke geweldige ervaringen mee, omdat ik daar als beginnend amateurtje regelmatig de mist mee inga. In dit geval stuurde Heukels mij regelrecht naar de Valeriaanfamilie. Uiterst onwaarschijnlijk, was mijn conclusie. Maar goed, toch maar eens in die familie kijken waar we dan uitkomen. Het volgen van de ja/nee antwoorden in de 1996 editie bracht me bij de veldsla. Wat vergelijken in de Tirion flora en op internet geeft een euforische gevoel: Het plantje moet inderdaad veldsla zijn.
Die avond is er wel een varassing bij het eten. Onwetend van mijn activiteiten heeft mijn vrouw eens wat andere groente ingeslagen, u raad het al: veldsla.
Op een van de volgende avonden flans ik voor de wikipedia snel een overzichtsartikeltje over het geslacht Veldsla in elkaar. Me er op deze wijze in verdiepend kom ik erachter dat er binnen dit geslacht twee soorten in aanmerking komen: de "gewone veldsla", die mijn wikivriend Rasbak al beschreven heeft, en de gegroefde veldsla. De gewone veldsla groeit op vruchtbare grond, de gegroefde veldsla op mueren en andere arme grond. Die laatste is veel zeldzamer. Ook op commons.wikimedia.org zijn daar nog geen foto's van. Helaas lijken de verschillen vooral in de zaadjes te zitten.
De week daarna onderzocht ik de zaadjes nog eens zorgvuldig onder een sterk vergrootglas. Helaas, helaas, zowel de veldsla op het muurtje als die in de tuin zijn de "gewone veldsla", die in de nieuwe heukels gewoon "veldsla" heet. Jammer, maar zoals onze westerburen zeggen: "you cant win them all".
maandag, mei 15
zaterdag, april 1
Sterhyacint

Mijn eerste ontmoeting met een sterhyacint was in april 2004 in de duinen bij Scheveningen. Samen met mijn vrouw liep ik door de duinen vanuit de Texelsestraat naar het zuiden.
Op een hoek, langs het pad en gedeeltelijk iets voor en gedeeltelijk iets over het hek groeiden een aantal planten waarvan we direct vonden dat ze op hyacinthen leken. Wat bladeren in de "Wilde planten" van Readers digest bracht ons op de Wilde hyacint.
Het leuke was dat zowel de paarse, witte als roze bloemen daar bij elkaar voorkwamen. Dat Readers digest de soort als vrij zeldzaam omschreef maakte het alleen maar leuker.
In het voorjaar van 2005 kwam ik een leuk blauwe sterretje tegen in de berm van de weg. Ik kwam uit bij de Vroege sterhyacint. Mijn goede vriend Rasbak had daar al een leuk artikeltje over geschreven, dat heb ik dus lekker laten staan.
Vandaag wandelden we opnieuw door de duinen. Ditmaal minder dicht bij Scheveningen, meer richting Kijkduin. Mijn aandacht werd getrokken door een paar paarsblauwe bloempjes langs de rand van het pad. Bij het late voorjaar dit seizoen trekt alles watr niet bruin of groen is de aandacht.
Dat deze plantjes tot het geslacht Scilla, Sterhyacint behoorden, was snel duidelijk. Met de Heukels flora in de hand was het snel duidelijk: dit moest de Oosterse sterhyacint zijn. De vrij staande helmdraden het zichtbare vruchtbeginsel, en de knikkende bloemen lieten geen twijfel.
Terwijl ik mijn twee digitale amateurcamera's op de bloemen los liet, keek mijn vrouw wat rond. Al snel ontdekte ze het plantje op meerdere plaatsen langs het pad.
Een van de plaatsen trok mijn bijzondere aandacht. Deze plantjes zagen er anders uit dan de Oosterse sterhyacint. De bloemen zijn niet hangend.
Opnieuw de Heukels raadplegen: dit leek dan de Vroege sterhyacint te zijn. Verschillende voorbijgangers vragen geinteresseerd naar de plantje terwijl ik met de determinatie en fotograferen bezig ben.
Thuis gekomen is het hoog tijd om de foto's eens goed te bekijken. En ja, de close-ups van de tweede soort brengen een determinatie foutjke aan het licht: de meeldraden omsluiten hier echt het vruchtbeginsel, en zijn vergroeid. dat had ik natuurlijk ook met mijn loep kunenn ontdekken, maar ja.
Met deze eigenschappen is het geen Vroege sterhyacint, maar de Grote sneeuwhoen.
10/04: De duinen blijven daarmee een "hotspot" met een groot aantal verschillende plantensoorten. Eigenlijk verbaast me dat: de milieudruk op deze smalle strook duin naast het grote den haag moet behoorlijk groot zijn. Daarbij denk ik dan aan bijvoorbeeld hondenuitlaters, die hun dier hier hun behoefte laten doen, wat de nodige extra en ongewenste mest oplevert. Maar ook aan de invloed van allerlei tuinen uit de aangrenzende vogelwijk: afgelopen vrijdag zagen we narcissen. Ik kan me niet voorstellen dat de milieudienst van de gemeente den haag die daar aangeplant heeft, dus dat zullen wel aanwaaiers zijn, afkomstig uit genoemde tuintjes. Aardig, maar daarmee verworden de duinen wel tot een keurig aangelegd parkje zoals de andere aangelegde parken. Het aantrekkelijke van de duinen, de wilde natuur met alle biodiversiteit, is dan vrees ik voorgoed verloren.
Hiernaast merkte ik afgelopen vrijdag dat de milieudienst van de gemeente den haag een aantal stukken duin kaal gemaakt heeft: vermoedelijk is er duindoorn en helmgras verwijderd. Waarschijnlijk goed bedoeld om te voorkomen dat het duin verbost met duindoorn. Wel hoop ik dat de duinen nooit een park zullen worden, al noemt de gemeente Den Haag ze wel zo. Nog een mooi rozenperkje hier, meneer de brugemeester?
Na deze uitweiding moet me toch nog evenn van het hart dat het sterhyacint verhaal bij thuiskomst een onverwachte follow-up kreeg. In inze tuin bleek ook een soort uit dit geslacht te groeien, maar dan een soort die ik nog niet heb kunnen thuisbrengen.
De bloemen hebben meeldraden die het vruchtbeginsel omsluiten, en lijken dus op de sneeuwroem. De kroonbladen zijn deels vergroeid, voor ongeveer 1/3. En de doorsnee van de bloem is pm 15 mm. Op grond van de helmdraden die het vruchtbeginsel omsluiten dacht ik eerst aan de kleine sneeuwroem, maar volgens Heukels hebben die bloemen een doorsnee van 10-12 mm. En 15 mm zit daar toch een tikje boven. Ik houd me aanbevolen voor tips en hoop binnenkort een foto bij te voegen.
Ik heb inmiddels al wel ontdekt dat deze soort in meer tuintjes in de straat staat, meestal op een of ander onopvallend plekje in een hoekje of weggemoffeld tussen netjes aangeplantte struiken. Duidelijk niet bedoeld, en zich daar op natuurlijke wijze gevestigd.
dinsdag, maart 21
Gele kornoelje

Ondanks de lage termperaturen beginnen bladknoppen toch overal uit te botten.
Ik zag al KNMI begint de voorlente wanneer de Gele Kornoelje bloeit. Goed nieuws daarom: de voorlente is begonnen. De afgelopen week zag ik de eerste Gele kornoelje bloeien.
Zo langzamerhand is dat op alle fronten in de natuur wel merkbaar. Ondanks de lage termperaturen beginnen bladknoppen toch overal uit te botten.
Ik zag al Paarse dovenetel, Herderstasje, Madeliefje en Vogelmuur in bloei. En natuurlijk zijn al een tijdje de katjes van Berk en Els te bewonderen, terwijl Sneeuwklokje en Krokusjes al overal hun kopjes laten zien.
Het herkennen van de gele kornoelje bleek niet moeilijk. Het is een van de weinige gele naaktbloeiers. De bloemen zijn vrijwel allemaal tegenoverstaand. Het enige wat me in de Heukels flora even in verwarring bracht was de opmerking dat de omwindselbladeren veel korter zijn dan de bloemen. Bij dit exemplaar lijken ze even lang te zijn. Maar het aantal meeldraden en kroonbladen klopt. De afbeelding klopt ook met andere foto's, dus die omwindselbladen zullen waarschijnlijk nog wat terugwijken ten opzichte van de kroonbladen.
Voor de foto's ben ik nog een keer terug geweest. De paar struiken die ik op de Kersengaarde tegenkom, staan niet zo rijk in bloei dat de struik als totaalplaatsje iets schitterends oplevert. Maar hopelijk vallen de closeup opnamen goed uit.
Insecten die voor de bestuiving kunnen zorgen heb ik nog niet waargenomen, ook nog geen vroege soorten zoals hommels. Een eenzaam spinnetje is het enige wat ik tot nu toe op bloemen zag rondscharrelen.
Enfin, als volgende week de temperatuur nu een keer omhoog gaat, staat vast met 14 dagen alles in bloei.
Inmiddels heb ik op de nederlandse wiki een aardig artikeltje kunnen neerzetten over het geslacht Kornoelje. Het komend weekend hoop ik dat nog wat aan te vullen met de soorten die in Nederland in het wild voorkomen.
Opvallend is de hoeveelheid vlinders die op deze planten voorkomt. Waarschijnlijk kan ik zelfs bij deze lijst er nog wel een aantal bijvinden. De natuur is en blijft uitermate fascinerend.
maandag, maart 13
Winterakoniet

Sinds ik twee jaar geleden door rugklachten een aantal maanden uit de roulatie was,
maak ik elke dag in de lunchpauze een wandeling. Natuurlijk ging dat na een tijdje vervelen, dus zocht ik een hobby voor deze wandelingen.
Na een tijdje had ik een goed idee: Mijn vrouw hield van de natuur, en ik schreef al enige tijd artikelen voor de vrije encyclopedie wikipedia.
Hiermee, realiseerde ik me, kon ik 3 vliegen in 1 klap slaan. Door tijdens mijn lunchpauze wandelingen planten te gaan fotograferen en herkennen, had ik illustratiemateriaal voor artikelen die ik voor wikipedia kon schrijven.
Omdat mijn vrouw veel van natuur houd, hadden we ook een extra gespreksonderwerp op onze zaterdagmiddagwandelingen. En ik had iets te doen tijdens die saaie lunchpauzewandelingen.
Ik moet zeggen dat het fotograferen van planten sinds die tijd tot een echte hobby is uitgegroeid, en een waar ik veel plezier aan beleef. In deze blog wil ik af en toe iets vertellen over deze hobby.
Vorige week wandelde ik in de lunchpauze eens anders als anders. Vanaf het Aegonplein in Den Haag wandel ik meestal een stukje langs de spoorbaan, maar vorige week wandelde ik eens langs de Hofzichtlaan.
Langs de stoep, tussen de struiken, ontdekte ik eerst een aantal gevlekte bladeren waarvan ik dacht dat het gevlekt longkruid kon zijn, maar waarvan ik afgelopen zaterdag hoorde dat het italiaanse aronskelk zou zijn.
Maar even verderop kwam ik een plantje met gele bloemen tegen, heel opvallend omdat er nog vrijwel niets bloeit.
Helaas niet meer op z'n mooist, maar wat was het eigenlijk?
"s avonds eens opgezocht en snel gevonden: winterakoniet, een leuke bloeier. Die week ben ik nog een paar keer er langs gelopen, met (uiteraard digitale) camera, maar zonder veel succes, want de bloemetjes bleven min of meer dicht.
Ik moet zeggen: het was dan ook steeds bewolkt. Nu heb ik wel vaker gemerkt dat dergelijke vroege bloeiers vrij zuinig met hun energie omgaan. Ze gaan alleen echt open als de zon schijnt.
Toen het vanochtend dan ook zonnig was, heb ik opnieuw de camera bij me gestoken. En vandaag was het raak: een aantal bloemen stond keurig open. Natuurlijk waren enkele bloemen niet meer zo mooi als had gekund, maar er stonden nog enkele redelijk goed ogende exemplaren tussen.
Ik moest even omlopen om er goed bij te kunnen. Voorzichtig voor de vlak erbij groeiende sneeuwklokjes, waarvan er helaas al een stel door iemand vertrapt blijken.
Toch lukt het om een paar redelijk goede foto's te nemen. Vanavond bekijken.
Het is een redelijk bekende winterbloeier, dus waarschijnlijk staan er al een aantal foto's op commons. Voor de niet ingewijden: commons is het centrale deel van de wikipedia encyclopedieen in alle talen. Een foto die daar staat, kan door alle encyclopedien gebruikt worden.
Of de plant al op de nederlandse wikipedia beschreven is weet ik niet, maar misschien dat ik daar vanavond eens naar kan kijken. Of ik daar aan toekom is de vraag, want het achterlicht van de fiets van een van de kinderen moet gerepareerd worden, terwijl er ook nog een kussen van onze bank genaaid moet worden.
En dan heb ik het nog niet over de belastingaangifte die deze maand de deur uit moet,
of de website van de kerk die op een andere manier van uitzenden over moet schakelen.
Die avond kwam er weinig van de fiets, simpel doordat er eerst een slaapkamer gestofzuigd moest worden, en er nog een begroting in elkaar gezet moest worden. Die begroting is nu voor de makkelijkste helft af, dus tijd voor een break. Deze blog eens posten, met mijn vrouw de gemaakte fotos bekijken, en dan met de begroting verder.
Dat vergde tot het eind van de avond, waarna ik nog wat losse klusjes op wikipedia doe. Sommige van de fotos zijn wat overbelicht, dus die moeten nog een keer over.
Dinsdag in de lunch teruggeweest, en nog een stel foto's gemaakt. Eigenlijk geen van allen mooi, de bloemen zijn allemaal over hun hoogtepunt heen, en op de foto's blijkt dat heel duidelijk, veel duidelijker als in levende lijve. En verder blijkt de aldi camera van vandaag toch wel belichting als een zwak punt te hebben: sommige foto's zijn onverklaarbaar donker.
Abonneren op:
Posts (Atom)