zaterdag, maart 16

Westduinpark - maart 2013

Vanmiddag was het fris maar droog. Tijd voor een zaterdagmiddag wandelingetje door het Westduinpark. Dat het de afgelopen week of weken koud is geweest, is ook aan de plantengroei te merken: er bloeit nog niets, zelfs geen bolgewassen.

Vanaf de Savorin Lohmanlaan gaan we naar het zuiden richting Kijkduin. We slagen er dit keer in de groene paaltjes te volgen. Tijdens een excursie leerden we dat buiten het pad lopen een boete van 80 euros kan opleveren. Die boete geldt niet voor de schotse hooglanders die dit gebied begrazen - die mogen alles opeten en vertrappen. Excuus, enig sarcasme is me niet vreemd.

Hoewel dit gebied aardig opgeschoond is door het verwijderen van bijvoorbeeld rimpelroos, treffen we nog wel iets aan wat op yuca lijkt en een bos bladeren die op de bladeren van een boerenlelie lijken. Niet direct het soort planten dat ik met de Hollandse duinen associeer.

Het Hollands Kustpad, een lange afstand wandelroute, loopt ook door dit gebied. Het is leuk te zien dat het deels langs de groene wandelpaaltjes loopt.

Enkele stuifbal paddenstoeltjes kunnen alleen het hoofd nog boven het stuifzand houden. Voor de herinrichting kwamen ze veel in dit gebied voor. Nu zijn ze er gelukkig nog steeds, vooral op plaatsen waar nog wat oppervlak onbewerkt is gelaten aan de rand van bomen of struikengroepjes.

Een yuca?

Een lelie?

Stuifbal zwammetje

Bewegwijzering Hollands kustpad

Verdorde bladeren van de blauwe zeedistel

Een deels blootgelegde bunker

Schotse hooglanders

In een ander deel zagen we een vleermuizenschuilplaats

zaterdag, januari 26

Zuiderpark in Januari

De winter staat niet bekend als een periode voor bloeiende planten. Maar de laatste zaterdag voor de winter ons sneeuw en ijs bracht was het zo mooi zonnig dat we, zeker na al de regenachtige en bewolkte weekenden van weekenden ervoor, er toch op uit trokken.

We kozen het Zuiderpark. Onderweg viel mijn oog op de groene en zwarte bessen van de zwarte nachtschade. In de berm van de sloot aan de westkant troffen we een bloeiende boterbloem, bloeiend Fluitenkruid en ... aan. Het fluitenkruid zal wel in bloei gestaan hebben door de zachte temperaturen van de afgelopen weken.

In het zuidoosten van het park heeft dr Doornbos, de toenmalige directeur groen van den Haag, bomen uit diverse delen van de wereld verzameld. De gemeente den Haag heeft dat gedeelte nu gerestaureerd. Een aantal jaren geleden kwamen we al knnv leden tegen die ijverig bezig waren de bomen op naam te brengen. Geen eenvoudige klus.
Gelukkig heeft de gemeente nu hun resultaten gebruikt. Per continent staat er een bordje met een aantal boomsoorten beschreven.

vrijdag, oktober 5

Zondagmiddagwandeling

Na een kerkdienst in het plaatselijke kerkje over de schatten op aarde (het is kreiserntedankfest, iets wat overal in de omgeving met borden langs de weg staat aangekondigd) maken we 's middags een nieuwe wandeling, ditmaal een wat kortere, door het bos achter het park.

Deze wandeling is gelukkig droog, al zorgt de algeheel grijze lucht er wel voor dat het aantal mooie foto's beperkt blijft. Opnieuw zijn de paddestoelen de winnaars. De geschubde inktzwam komt op het feriendorf voor, maar onderweg treffen we een bijzonder mooi wit exemplaar.

In de struiklaag treffen we een wolfskers met nog 1 bloempje. In Nederland moet die ook voorkomen, al ben ik hem daar nog nooit tegengekomen. De naam bij de gele distel van gisteren komt nu ook boven: Moesdistel. Andere nog bloeiende planten zijn een andoorn, vermoedelijk de bosandoorn, de hennepnetel, en opnieuw het grasklokje.

Himmelsberg

Zaterdag 29 september.

Gistermiddag kwamen we aan in Oefingen, op de grens tussen Zwarte Woud en Schwabische Alpen. Het Feriendorf ligt op zo'n 800 meter hoogte. Dat klinkt leuk, maar de Schwabische Alp lijkt me een dallandschap. Het landschap ligt overal op zo'n 800 meter hoogte, en de dalen zorgen voor de grootste hoogteverschillen - naar beneden.

Vanuit het vakantiehuisje hebben we een mooi uitzicht over het Donaudal, als is dat 's ochtends deels in de laaghangende bewolking verborgen.

De wandelkaart die we die 's ochtends gekocht hebben, laat in de buurt een bergtop zien: de Himmelsberg. Iets meer dan 900 meter. Het miezert iets, maar daar trekken we ons niets van aan. We hebben geen huisje geboekt om binnen naar de miezer te gaan zitten staren.

De route voert ons vanaf het Feriendorf langs de weg naar Rotweil, en vandaar een geasfalterde landweg op richting Himmelsberg. Hier is het even zoeken, maar al snel vinden we een wegwijzer naar de Himmelsberg, over een grintweg tussen de akkers door.

De flanken van de berg - zo'n 50 meter boven het omringende land uitstekend - zijn begroeid met bos. Verschillende paddenstoelen sieren het aarden bospad. Enkele grasklokjes staan buiten het seizoen nog in bloei. Op een hoek staat een gele distel waarvan de naam me niet te binnen wil schieten. Het is te nat voor mooie foto's. Enfin, ik kom hem nog wel een keer tegen.

Al wandelend de berg op wordt duidelijk waar de naam Himmelsberg vandaan komt: hoe dichter we bij de top komen, des te kwisteger worden de wolken met hun hemelwater.

Op de top is een aardig uitzicht, een hut, en een bezoekerslogboek waar we wat in schrijven. Op de terugweg valt het oog van mijn vrouw op een paar gele bloemen. Een kruiskruid. Opnieuw is het te nat voor foto's of determinatie. Terug naar het huisje voor droge kleren.

zaterdag, september 22

Westduinpark - eind september

Voor de najaarsvakantie heb ik het paddesteoelenboek in plaats van de flora klaar gelegd, maar vanmiddag bleek er in het Westduinpark nog aardig wat te bloeien. De bloeiende plamnten beperkten zich niet alleen tot de bekende late bloeiers zoals bezemkruiskruid, zandkool en rimpelroos. Ook keizerskaars, slangekruid, zeepkruid en zeeraket stonden volop in bloei. Tot onze verrassing zagen we ook verschillende vlinders zoals kleine vos, koolwitje en kleine vuurvlinder. Ge combineerd met een lekker najaarszonnetje was het de moeite waard om er even uit te gaan.

zaterdag, augustus 11

Krimpenerwaard

We ontvangen iedere maand het tijdschrift van "Zuid-Hollands Landschap", en vaak zit daar een wandelroute in. Deze maand was er niet alleen een wandelroute, maar ook een wandelkaart van de Krimpenerwaard. Voor wie net als ik zich afvraagt waar dat ligt, het is Tussen Gouda, Rotterdam en de Alblasserwaard.

We besluiten onze eigen route uit te zetten en kiezen als startpunt op de kaart een van de vele dagcamping symbolen op een zijweg bij Stolwijk. Ter plaatse aangekomen blijkt die onvindbaar. Dat geld ook voor de volgende. We rijden door en vinden een parkeerplaats, eigenlijk een carpoolplaats. Enfin, de auto kan er staan en vlak erbij begint een wandelroute: vanuit het oosten door het Loetbos.

Het bos lijkt me een 'elzenbroekbos': veel zwarte els, maar wat minder berk dan ik gewend ben. Ook een aantal bomen die ik niet direct herken. Wel veel water, en de bijbehorende kruiden: grote kattenstaart met zijn aar van prachtig paarse bloemen, harig wilgenroosje, lisdodde, riet, reuzenbalsemien en watermunt.

Het wandelpad zou volgens de kaart een fietspad moeten kruisen, echter op de een of andere manier missen we dit tussen alle smalle grintpaden. Pas ter hoogte van Oudeland buigen we naar het noorden af. We volgen nu de lange afstand wandelroute grote rivierenpad. We kruisen het westeinde. Hier kunnen we via berkenwouden naar de auto terug, maar we besluiten het LAW verder naar het noorden te volgen over het fietspad. Volgens de kaart moeten we dan rechtsaf het water kunnen oversteken naar de berkenwoudse driehoek.

We verrassen twee keer een zwaan met grote jongen en papa zwaan begint direct boos te sisen als hij ons ontdekt. Het is hier echt rusig, de uitzichten zijn weids.

In de vaart langs het fietspad groeit kroos, en af en toe wat gele plomp, riet en kattenstaart. Na enige tijd valt mijn oog op eenw aterplantje dat ik niet ken. Wat plaatjes vergelijken in Tirions 'nieuwe bloemengids' wekt de indruk dat het kikkerbeet is. Leuk. Helaas is de afstand iets te groot om de Heukels te gebruiken.

Na 2 km wandelen langs de vaart blijkt de oversteek niet mogelijk waar ik het in gedachten had. Opnieuw de kaart bestuderen: ja, anderhalve kilometer verder zou het wel moeten kunnen. Maar dan zou er aan de overkant een pad moeten lopen. Maar daar lopen de koeien direct langs de vaart. Dat zou dan een pad door het weiland zijn. Het kan, maar ik heb wel twijfels. We zijn inmiddels zo'n twee uur onderweg, en om straks nog op andere onverwachte blokkades te stuiten....
We besluiten naar de kruising met het westeinde terug te lopen, en dan door Berkenwoude terug te keren. Op de terugweg valt mijn oog op de zwanebloem, een prachtige bloem.

Via Berkenwoude bereiken we de weg waarlangs we via het fietspad terugkeren naar de parkeerplaats.

zaterdag, juli 28

Westduinpark - noordpunt

Verdere verslaglegging vanuit Italie ging niet - ik werkte met een oude laptop van Margreet, en helaas begaf de voeding het.

Vanmiddag hebben we even een korte wandeling door de noordpunt van het westduinpark gemaakt. Aan dit gedeelte is nog niets heringericht, en er groeien de mooiste duinplanten.

Hier een korte fotoselectie. Er was geen of weinig zon, dus geen ideaal fotoweer voor bloemen.
Akkerwinde
Jacobskruiskruid
Blauwe zeedistel
Kruipend stalkruid
Koningskaars
Zeewinde

zaterdag, juli 14

Vandaag hebben we opnieuw het pad op de berg tegenover de camping Campo Base genomen. Ditmaal sloegen we halverwege rechtsaf richting Chiappera. Dit pad is aanmerkelijk minder goed aangegeven en onderhouden. Af en toe verdwijnt het pad vrijwel. Floristisch is het mooi: naast de al eerder waargenomen allium rotundum zien we nu de anacamptis pyramidalis. Die laatste is wel iets wat nog even op de flora italica gecontroleerd moet worden – de flora helvetica kan niet zo maar vertrouwd worden. Ook in het dorp, waar het pad uitkomt, staat het pad niet aangegeven. In het dorp komen we uit bij het kerkje. Tegenover dit weggetje volgen we het pad met de aanduiding 'miniera', oftewel mijn. Een zijpad leidt naar de mijn, maar dat is te veel klimwerk. Het pad leidt verder door het bos en over half open vlaktes. Centrathus angustifulius is daar inmiddels een bekende. Via de grintweg terug naar de camping.

zaterdag, juni 30

Westduinpark - eind juni

Het zuiden en midden van het Westduinpark is opnieuw ingericht, en het is hoogtijd om er eens een kijkje te nemen.

Via een grasveld, dat meest gebruikt wordt als hondenuitlaat veldje, gaan we het duin in. Er blijken wandelroutepaaltjes met gekleurde koppen geplaatst te zijn. In en vlaag van genialiteit heeft iemand besloten dat de kleur groen moet zijn. Het zijn paadjes zonder asfalt, gewoon zand, leuk om te lopen. Het gevolg is wel dat op de eerste y-splitsing het groene paaltje ergens tussen de planten is verdwenen en wij een speciaal talent blijken te hebben om de verkeerde tak van de splitsing te kiezen.

Bij de bomen vallen witte abeel en zomereik op. In de struiklaag staan wilde liguster, zwarte vlier, rimpelroos, braam en egelantier in volle bloei. De rimpelroos beschouw ik als een meevaller, hij is toch niet helemaal weg :)

De salomonszegel is uitgebloeid, maar het altijd prachtige slangenkruid bloeit volop. Het opruimen van stikstofrijke grond is niet overal even goed gelukt, want er groeit op een aantal plaatsen volop brandnetel. Kromhals is natuurlijk volop aanwezig, maar dat is geen "mooie plant" om te zien, al is het wel een typische duinplant.

"Mooi zijn" geldt wel voor de doornappel, een uit Noord-Amerika afkomstige plant, die in de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar volop voorkwam en voorkomt, maar die ik nooit in het Westduinpark gezien heb. Deze doornappel komt nu volop voor. (En ondanks de naam 'appel': nee, de vrucht is niet eetbaar! Het is er ook in de verste verte geen familie van. Deze plant profiteert blijkbaar volop van de schoonmaakactie, want ze doet het in dit duingedeelte prima.

Andere bloeiende kruiden zijn het teer guichelheil en de overblijvende ossentong.



zaterdag, juni 23

Windsborner Kratersee

We rijden met de auto naar de Windsborner Kratersee. Deze ligt vlak bij het eerder bezochte Maar, maar de wandelpaden lopen deels langs de autowegen, iets wat we niet zo lekker vinden.

De parkeerplaats is goed aangegeven. Vlak bij de Kratersee is een Maar, en we besluiten hier eerst de uitgezette rondwandeling te maken. Het Maar staat vrijwel droog, en is een niet toegankelijk natuurgebied. Het rondwandelpad houdt een voorzichtige afstand. Wel zien we het weideklokje in de weiden aan de buitenzijde van het pad. De licht paarsblauwe bloemen zijn een prachtig gezicht.

Het informatiebord bij de toegang tot de krater meldt dat er Fieberklee (Waterdrieblad) en Sumpfaugenblut, (wateraardbei) groeit. Het meldt ook dat deze krater, in tegenstelling tot de Maaren, een echte vulkanische krater is. Het water raakte volgens het infobord sterk bemest, en is een aantal jaren geleden geschoond en nu weer voedselarm. Daarom kunnen de genoemde soorten hier groeien.

In het kratermeer treffen we een niet bloeiende plant aan waarvan de bladeren me sterk doen denken aan de Fieberklee. Helaas niet bloeiend. Wel bloeiend, maar lang niet zo opvallend, is de genoemde SumpfAugenblut. Hij heeft de reputatie van zeldzaam, maar we zijn hem vaker tegengekomen en herkennen hem direct.

En voetpad leidt ons netjes rond het kratermeer.  Drie dames die er uitzien als studentes lijken bezig met een inventarisatie. Altijd nuttig. Wanneer ik naar ze toe wil over een stel takken, wijzen ze me snel terecht: dat is geen officieel pad. Ik geef er maar gehoor aan.

We wandelen verder en ontdekken een Nachtorchis, maar het lijkt een kruising te zijn tussen de twee soorten Nachtorchis die we kennen.

Aan het eind van de rondwandeling rond de kratersee eten we een boterham op een bankje. Na een tijdje komen de studentes onze kant uit en ontdekken de nachtorchis. Het is gewoon grappig om te zien hoe ze onmiddellijk zich op de studie van dit plantje storten, exact zoals ik verwacht had. Ze nemen er de tijd voor, maar wandelen uiteindelijk toch verder onze kant uit. Wanneer ze ons willen passeren, vraag ik in mijn beste Duits welke Platanthera ze gezien hebben. Ze bekennen dat ze er niet uitgekomen zijn. Ik ben wel nieuwsgierig welke flora's ze gebruiken: ik heb nog steeds geen goede, handzame flora van Duitsland. Helaas zijn het duidelijk geen biologie studentes: ieder van hen heeft wel een flora, maar ze zijn allemaal van het niveau van mijn "Was bluht den da?".

Na het rondje rond het meer bestijgen we de kraterwand. Hier groeien enkele meer bergachtige soorten, die ik gezien de tijd niet determineer. We willen namelijk nog langs de Wolfsschlucht, die we tegen het eind van de middag ook bereiken.