Zaterdag 21 juni
File. Op zaterdag. Dat was een maand terug ook al, toen we over de A4 reden. Het kost ons nu drie kwartier extra.
We parkeren bij het Zeehuis in Bergen. 1 euro 90 per uur? Die 10 euro per dag is bijna net zoveel als de 12 euro die ik bij de jaarbeurs in Utrecht kwijt ben.En we staan niet eens aan de boulevard! Gelukkig staat er genoeg op mijn chipkaart.
Wel hebben we het geluk snel de bushalte van de bus naar Alkmaar te vinden. Dat is maar goed ook, want die komt al 4 minuten later. In Alkmaar nemen we de trein naar Den Bosch, die een kwartier lang voor ons klaar staat voor hij ons in 10 minuten naar Castricum brengt. Met bus 686 rijden we naar camping Bakkum.
Een bordje bij de ingang van het duinterrein herinnert ons er aan dat er kaartjes nodig zijn.Terug naar Johanna's hof. Hier is het parkeren gratis. Hum. Voor 3,40 chip ik twee toegangskaartjes.
De route is goed aangegeven. We wandelen door de bossen van het binnenduin. Het is afwisselend wandelen. De eerste kilometertjes gaan snel. Wanneer we in het open gebied komen, groeit er een groep planten die ik niet ken. De bloemen vormen een soort van trompet. Duidelijk niet een lid van een van de grote families. Het ziet er uit als een ontsnapte tuinplant. Wat bladeren in de oude Tirion Nieuwe plantengids brengt me bij de pijpbloem. Die kende ik nog niet.
Verder is er natuurlijk veel duindoorn, witte abeel, kruipwilg, slangenkruid en zomereik. Op een andere plaats ontdek ik de paarse bloemen van de kuifhyacint. Een tweede plant die ik nog niet eerder gezien heb.
Enkele malen lopen we een stukje op met een oudere man, die het Nederlands kustpad volgt. Hij is in Sluis, in Zeeland, begonnen. Some halen we hem in, andere keren haalt hij ons in, zoals wanneer ik een blauwe bremraap determineer.
In Egmond aan Zee lopen we over de boulevard. Hier groeit de blauwe zeedistel, soms ook bij de tuinhekjes van bewoners. In sommige tuinen groeit helmgras of andere duinplanten. Een bewoonster heeft een tuin vol rimpelroos. En waarom zou je een hoop moeite doen voor mediterrane planten als er al prachtige bloeiers staan?
Ten noorden van Egmond aan Zee brengen de duinen ons een verrassing: talloze volkstuintjes. Ze lijken razend populair te zijn. Gewoon midden in het duinlandschap. Bij veel tuinhuisjes staan regentonnen. We zien onder andere aardappels en prei. De akkertjes zijn vaak afgegraven tot even boven het grondwater. Tsja, vroeger deed men in de vissersdorpen ook aan landbouw in de duinen. Dus waarom niet? Het is een omgeving waar je wel tot rust komt. En zo kweek of bewaar je wel het zeedorpenlandschap van en voor de toekomst.
Verderop mogen we onze weg zoeken langs witte paaltjes. Het is een prachtig duinlandschap. Grote ratelaar, duinroos, kruipwilg, kruipend stalkruid, geel walstro en andere planten bedekken de bodem. Veel mul zand maakt het lopen zwaar. we zijn dan ook blij als we eindelijk bij Bergen arriveren. Er zit ruim 17 kilometer op, al mogen we iets meer kilometers afstrepen door een eerder traject.
Gedaan: 171+20,5=191,5km
Te gaan: 232,4-191,5=40,9 km
zaterdag, juni 21
maandag, juni 9
Krijtlandpad - Maastricht - Moerslag
Zaterdag 6 juni 2014
De pinksterdagen brengen we door op camping de bosrand. Een aantal jaren geleden hebben we hier ook gekampeerd, en ontmoeten tijdens een lange wandeling een allervriendelijkst echtpaar uit Zeist. Dit keer hopen we een stuk van het Krijtlandpad te wandelen, een regiopad van 90 km door het zuiden van Limburg.
Het pad loopt vlak langs de camping. Dat zelfde geldt voor het Pelgrimspad. Op de hoek van de camping staat een paal die de kruising van de twee paden aangeeft. Aan de voet van de paal groeit kruisbladwalstro. Hoewel die ook in de duinen moet voorkomen, kan ik me niet herinneren hem daar ooit gezien te hebben.
In een boom in een bocht van de weg groeit maretak, een parasiet die in Nederland alleen in Zuid-Limburg voorkomt. Ik zie hem over het hoofd, maar Jos merkt hem op. Het pad voert ons door weilanden en akkers met onder andere aardappels, mais en kersen. In de berm bloeien grote brandnetel, weideklokje, margrieten, kamille en hazelaarbraam. Er is ook een roos waarvoor ik niet de tijd neem om hem te determineren.
Enkele zomereiken dragen een aardappelgal. De aardappelgal wordt veroorzaakt door de larven van galwespen, de Biorhiza pallida.
Via Mariadorp lopen we naar Eijsden. We nemen een kijkje bij het kasteel, dat in prima staat verkeerd.
De route is overal prima aangegeven; het boekje hoeft nauwelijks uit de tas te komen.
In Eijsden voert het pad ons door de Eijsder beemden: nieuw natuurgebied. Ik ben niet direct enthousiast. Overheersend lijkt de grote brandnetel, zwarte vlier, en een distel en een roos die ik niet determineer. Verderop komen we de grote kaardenbol tegen, een prachtige plant die echter nog niet in bloei staat. Bij het verlaten zien we een veldje behaarde ratelaars.
Hoewel we vroeg vertrokken zijn, loopt het nu toch tegen de middag. De temperatuur loopt op en ik schat het meer dan 30 graden. Aan de overkant zijn de Pietersberg en de observant zichtbaar. Het tafereel zou ook zo in midden Duitsland kunnen liggen.
We komen op een minder interessant deel van de route. Op 1 plaats klopt het boekje niet meer: de grintweg loopt niet meer door. De bewegwijzering is prima aangepast en wijst ons linksaf. We volgen de asfaltweg tot de Köbbesweg.
Van hier volgen we min of meer de Maas. We zijn duidelijk moe en de hitte eist zijn tol. We nemen enkele keren een rustpauze. De bewegwijzering voert niet meer door natuurgebied de kleine Weerd. Jammer, dat zou een saai stuk onderbroken hebben .
Op een terrasje in Maastricht trakteren we onszelf op een koude smoothie. Door een gezellige winkelstraat lopen we richting station. Daar pakken we de bus naar Eijsden. Mis dus, want die stopt niet op het station van Eijsden. Snel uitstappen en lopen naar het station. Vandaar de buurtbus naar Moerslag. In de buurtbus pak ik mijn ns businesskaart. He, waar is de incheckautomaaat? Die is er niet. Deze Veolia bus chauffeur verkoopt nog gewoon kaartjes. Kaartjes, bestaat dat nog? Ja echt. Een privérit, want we zijn de enige passagiers.
Gedaan : 18 km
Te gaan: 90-18=72 km.
De pinksterdagen brengen we door op camping de bosrand. Een aantal jaren geleden hebben we hier ook gekampeerd, en ontmoeten tijdens een lange wandeling een allervriendelijkst echtpaar uit Zeist. Dit keer hopen we een stuk van het Krijtlandpad te wandelen, een regiopad van 90 km door het zuiden van Limburg.
Het pad loopt vlak langs de camping. Dat zelfde geldt voor het Pelgrimspad. Op de hoek van de camping staat een paal die de kruising van de twee paden aangeeft. Aan de voet van de paal groeit kruisbladwalstro. Hoewel die ook in de duinen moet voorkomen, kan ik me niet herinneren hem daar ooit gezien te hebben.
In een boom in een bocht van de weg groeit maretak, een parasiet die in Nederland alleen in Zuid-Limburg voorkomt. Ik zie hem over het hoofd, maar Jos merkt hem op. Het pad voert ons door weilanden en akkers met onder andere aardappels, mais en kersen. In de berm bloeien grote brandnetel, weideklokje, margrieten, kamille en hazelaarbraam. Er is ook een roos waarvoor ik niet de tijd neem om hem te determineren.
Enkele zomereiken dragen een aardappelgal. De aardappelgal wordt veroorzaakt door de larven van galwespen, de Biorhiza pallida.
Via Mariadorp lopen we naar Eijsden. We nemen een kijkje bij het kasteel, dat in prima staat verkeerd.
De route is overal prima aangegeven; het boekje hoeft nauwelijks uit de tas te komen.
In Eijsden voert het pad ons door de Eijsder beemden: nieuw natuurgebied. Ik ben niet direct enthousiast. Overheersend lijkt de grote brandnetel, zwarte vlier, en een distel en een roos die ik niet determineer. Verderop komen we de grote kaardenbol tegen, een prachtige plant die echter nog niet in bloei staat. Bij het verlaten zien we een veldje behaarde ratelaars.
Hoewel we vroeg vertrokken zijn, loopt het nu toch tegen de middag. De temperatuur loopt op en ik schat het meer dan 30 graden. Aan de overkant zijn de Pietersberg en de observant zichtbaar. Het tafereel zou ook zo in midden Duitsland kunnen liggen.
We komen op een minder interessant deel van de route. Op 1 plaats klopt het boekje niet meer: de grintweg loopt niet meer door. De bewegwijzering is prima aangepast en wijst ons linksaf. We volgen de asfaltweg tot de Köbbesweg.
Van hier volgen we min of meer de Maas. We zijn duidelijk moe en de hitte eist zijn tol. We nemen enkele keren een rustpauze. De bewegwijzering voert niet meer door natuurgebied de kleine Weerd. Jammer, dat zou een saai stuk onderbroken hebben .
Op een terrasje in Maastricht trakteren we onszelf op een koude smoothie. Door een gezellige winkelstraat lopen we richting station. Daar pakken we de bus naar Eijsden. Mis dus, want die stopt niet op het station van Eijsden. Snel uitstappen en lopen naar het station. Vandaar de buurtbus naar Moerslag. In de buurtbus pak ik mijn ns businesskaart. He, waar is de incheckautomaaat? Die is er niet. Deze Veolia bus chauffeur verkoopt nog gewoon kaartjes. Kaartjes, bestaat dat nog? Ja echt. Een privérit, want we zijn de enige passagiers.
Gedaan : 18 km
Te gaan: 90-18=72 km.
zaterdag, mei 31
Nederlands kustpad 2: Wijk aan Zee - Castricum.
Zaterdag 31 mei 2014
Sommige wandelingen zijn net een droom. Terwijl we naar de auto lopen, biedt Jos spontaan aan om te rijden. Onderweg gebruiken we navfree als wegwijzer, maar eigenlijk hebben we die niet nodig. Zonder problemen parkeren we de auto achter het station. Omdat het vandaag een droomwandeling is, is het parkeren natuurlijk gratis.
Even lijkt de droom ruw verstoord te worden als de trein wegrijdt terwijl we bij de auto onze wandelschoenen aantrekken, maar als we de trap oplopen staat de intercity precies klaar. In Beverwijk stappen we uit en nemen bus 78 naar Wijk aan Zee. Die staat voor ons klaar en vertrekt vlak nadat we instappen.
In Wijk aan Zee stappen we uit op het Julianaplein, waar we ooit gestopt zijn. Ik herinner me het pad van de vorige keer. Vriendelijke mensen vertellen ons dat er een kaartjesautomaat staat bij de ingang van het duinpark. Het is zonnig en droog, maar niet te heet, dus perfect wandelweer. Al snel laten we elke vorm van verkeer achter ons. We wandelen door binnenduinen. De bomen zijn afwisselend loofbomen en dennen: zwarte den, witte abeel, zomereik en anderen vormen een bont palet. Ook het landschap wisselt: het ene moment wandelen we door bos, het andere door open of half open terrein.
In de berm groeit een plant uit de ruwbladigenfamilie, die me niet direct te binnenschiet, en veldhondstong. Voor de andere plant ga ik toch even zitten, en kom uit op gewone ossentong. In de struiklaag staan verschillende soorten rozen. Ik herken de duinroos, maar dominerend is vooral een andere roos, die ik determineer als de egelantier, al waarschuwt de flora van Heukels voor mogelijke verwarring met rosa tomentosa. Verder groeit er natuurlijk veel duindoorn, zwarte vlier, en wilde liguster. Die laatste staat bijna in bloei.
De bewegwijzering is, zoals dat in een droom hoort te zijn, uitstekend. De route is te lopen op de bewegwijzering, of op het boekje, of op beiden. Voor we er erg in hebben, kunnen we de eerste kaart afstrepen.
Kaart 26 brengt ons langs een zweefvliegterrein. Hier staan duizenden grote ratelaars. Halverwege deze kaart houden we even halt. Ik wil eindelijk die kleine gele klaver, waar we al een tijdje langs lopen, wel eens determineren. Ik kom uit op de kruipende klaver. Leuk, dan heb ik die ook eens gevonden. Even verderop wacht me een verrassing: een bremraap. Bremrapen zijn parasieten. Dit lijkt de walstrobremraap. Thuis gekomen zie ik dat anderen hier de bitterkruidbremraap hebben waargenomen. Een vergissing kan ik niet uitsluiten, maar we hebben wel en van de walstrosoorten bij de bremraap gezien..
We wandelen door tot Johanna's hof. Dit stuk duin is veel drukker als het zuidelijke deel. Misschien is hier geen entree verplicht, of misschien is het het tijdstip van de dag. Bij het restaurant gekomen vinden we wel een bushalte, maar de bus is een zomerbus en begint volgende week pas te rijden. Dus wandelend terug naar het station Castricum. Hier is de mooie droom ten einde: Jos laat mij rijden. En prompt komen we op een binnendoor-weg naar Haarlem, die aardig ophoudt.
Gedaan: 159,9+11,1=171km
Te gaan: 232,4-171=61,4 km
Sommige wandelingen zijn net een droom. Terwijl we naar de auto lopen, biedt Jos spontaan aan om te rijden. Onderweg gebruiken we navfree als wegwijzer, maar eigenlijk hebben we die niet nodig. Zonder problemen parkeren we de auto achter het station. Omdat het vandaag een droomwandeling is, is het parkeren natuurlijk gratis.
Even lijkt de droom ruw verstoord te worden als de trein wegrijdt terwijl we bij de auto onze wandelschoenen aantrekken, maar als we de trap oplopen staat de intercity precies klaar. In Beverwijk stappen we uit en nemen bus 78 naar Wijk aan Zee. Die staat voor ons klaar en vertrekt vlak nadat we instappen.
In Wijk aan Zee stappen we uit op het Julianaplein, waar we ooit gestopt zijn. Ik herinner me het pad van de vorige keer. Vriendelijke mensen vertellen ons dat er een kaartjesautomaat staat bij de ingang van het duinpark. Het is zonnig en droog, maar niet te heet, dus perfect wandelweer. Al snel laten we elke vorm van verkeer achter ons. We wandelen door binnenduinen. De bomen zijn afwisselend loofbomen en dennen: zwarte den, witte abeel, zomereik en anderen vormen een bont palet. Ook het landschap wisselt: het ene moment wandelen we door bos, het andere door open of half open terrein.
In de berm groeit een plant uit de ruwbladigenfamilie, die me niet direct te binnenschiet, en veldhondstong. Voor de andere plant ga ik toch even zitten, en kom uit op gewone ossentong. In de struiklaag staan verschillende soorten rozen. Ik herken de duinroos, maar dominerend is vooral een andere roos, die ik determineer als de egelantier, al waarschuwt de flora van Heukels voor mogelijke verwarring met rosa tomentosa. Verder groeit er natuurlijk veel duindoorn, zwarte vlier, en wilde liguster. Die laatste staat bijna in bloei.
De bewegwijzering is, zoals dat in een droom hoort te zijn, uitstekend. De route is te lopen op de bewegwijzering, of op het boekje, of op beiden. Voor we er erg in hebben, kunnen we de eerste kaart afstrepen.
Kaart 26 brengt ons langs een zweefvliegterrein. Hier staan duizenden grote ratelaars. Halverwege deze kaart houden we even halt. Ik wil eindelijk die kleine gele klaver, waar we al een tijdje langs lopen, wel eens determineren. Ik kom uit op de kruipende klaver. Leuk, dan heb ik die ook eens gevonden. Even verderop wacht me een verrassing: een bremraap. Bremrapen zijn parasieten. Dit lijkt de walstrobremraap. Thuis gekomen zie ik dat anderen hier de bitterkruidbremraap hebben waargenomen. Een vergissing kan ik niet uitsluiten, maar we hebben wel en van de walstrosoorten bij de bremraap gezien..
We wandelen door tot Johanna's hof. Dit stuk duin is veel drukker als het zuidelijke deel. Misschien is hier geen entree verplicht, of misschien is het het tijdstip van de dag. Bij het restaurant gekomen vinden we wel een bushalte, maar de bus is een zomerbus en begint volgende week pas te rijden. Dus wandelend terug naar het station Castricum. Hier is de mooie droom ten einde: Jos laat mij rijden. En prompt komen we op een binnendoor-weg naar Haarlem, die aardig ophoudt.
Gedaan: 159,9+11,1=171km
Te gaan: 232,4-171=61,4 km
zaterdag, mei 17
Nederlands kustpad 2: Catryp-Callantsoog
Zaterdag 17 mei 2014
Het KNMI belooft ons zonnig weer met temperaturen van 19 of 20 graden: ideaal wandelweer. Een stuk beter dan de regendreiging en grauwe luchten die we de laatste paar keer bij onze wandelingen genoten.
Voor vandaag stond eigenlijk 17 km van Bakkum naar Bergen aan Zee op ons programma, maar we zijn vroeg en de bus vertrekt niet eerder dan half twaalf uit Bergen aan Zee. We kiezen daarom voor het traject genoemd in de titel. Onderweg blijkt de berm vol te staan met margrieten, raapzaad en dagkoekoeksbloem.We parkeren bij Callantsoog. Vlak buiten het plaatsje blijkt een groot en gratis parkeerterrein te zijn. Met 18 kilometer hebben we een nieuwe uitdaging. Eindelijk heb ik een nieuwe camera, die ik onderweg wil uitproberen.
De bussen 151 en 152 van Connexion brengen ons keurig naar Catryp. Helaas kennen deze bussen geen scherm waarop de haltes staan aangegeven, en de omroep is een een van de twee te zacht of defect. Maar vriendelijke chauffeurs lossen dit voor ons op. De wandelkaart loopt eigenlijk vanaf Schoorl in het nieuwe boekje, maar op het oude boekje hebben we Schoorl-Catryp al een keer gelopen.
We vinden snel een pad naar boven, en komen boven verwachting uit bij de uitkijktoren waar we de vorige keer geëindigd zijn. De duinen bevatte hier behalve den ook opvallend veel heide. Misschien zien we op dit stukje wel net zo veel heide als op sommige 'heidevelden' twee weken terug op de veluwe.
Bij Groet verlaten we het duin. Het dorpje Camperduin, waar de Nederlandse vloot in 1797 onder admiraal de Winter ten onder ging tegen de Engelse Vloot onder admiraal Duncan, laten we links liggen. De route voert ons langs een slaperdijk, feitelijk de oude Schoorlse zeedijk. We wandelen onder langs de dijk, een goede keuze, naar later blijkt, want aan het eind blijkt het pad over de dijk afgesloten.
Floristisch is dit traject niet bijzonder interessant, al groeit er een enkele mooie gele lis langs de waterkant. Het stuk is wel heerlijk rustig, we horen bijna alleen vogels.
De route voert ons naar de Hondsbossche zeewering. Hier is een theater opgesteld voor "Prins te paard", met lichtinstallatie, spoorkarretjes, decorstukken en wat al niet meer. Op de zeedijk zelf groeit zeekool en een kruid dat ik niet direct kan thuisbrengen. Thuis gekomen concludeer ik dat het zeepostelein was, twee leuke vondsten.
De route voert ons langs Petten. De verschillende watertjes in de duinen ogen interessant, maar we laten ons niet verleiden tot extra oponthoud. Het is al half 4, en we hebben nog bijna 10 km te gaan. Een mooi stukje duinen. De kernreactor, voor medische doelen een van de belangrijkste ter wereld, is nauwelijks te zien.
De laatste 5 kilometer gaan over strand. Helaas een naturisten strand. Moe maar tevreden komen we bij de auto terug.
Gedaan: 139,4+20,5=159,9km
Te gaan: 232,4-159,9=72,5 km
Het KNMI belooft ons zonnig weer met temperaturen van 19 of 20 graden: ideaal wandelweer. Een stuk beter dan de regendreiging en grauwe luchten die we de laatste paar keer bij onze wandelingen genoten.
Voor vandaag stond eigenlijk 17 km van Bakkum naar Bergen aan Zee op ons programma, maar we zijn vroeg en de bus vertrekt niet eerder dan half twaalf uit Bergen aan Zee. We kiezen daarom voor het traject genoemd in de titel. Onderweg blijkt de berm vol te staan met margrieten, raapzaad en dagkoekoeksbloem.We parkeren bij Callantsoog. Vlak buiten het plaatsje blijkt een groot en gratis parkeerterrein te zijn. Met 18 kilometer hebben we een nieuwe uitdaging. Eindelijk heb ik een nieuwe camera, die ik onderweg wil uitproberen.
De bussen 151 en 152 van Connexion brengen ons keurig naar Catryp. Helaas kennen deze bussen geen scherm waarop de haltes staan aangegeven, en de omroep is een een van de twee te zacht of defect. Maar vriendelijke chauffeurs lossen dit voor ons op. De wandelkaart loopt eigenlijk vanaf Schoorl in het nieuwe boekje, maar op het oude boekje hebben we Schoorl-Catryp al een keer gelopen.
We vinden snel een pad naar boven, en komen boven verwachting uit bij de uitkijktoren waar we de vorige keer geëindigd zijn. De duinen bevatte hier behalve den ook opvallend veel heide. Misschien zien we op dit stukje wel net zo veel heide als op sommige 'heidevelden' twee weken terug op de veluwe.
Bij Groet verlaten we het duin. Het dorpje Camperduin, waar de Nederlandse vloot in 1797 onder admiraal de Winter ten onder ging tegen de Engelse Vloot onder admiraal Duncan, laten we links liggen. De route voert ons langs een slaperdijk, feitelijk de oude Schoorlse zeedijk. We wandelen onder langs de dijk, een goede keuze, naar later blijkt, want aan het eind blijkt het pad over de dijk afgesloten.
Floristisch is dit traject niet bijzonder interessant, al groeit er een enkele mooie gele lis langs de waterkant. Het stuk is wel heerlijk rustig, we horen bijna alleen vogels.
De route voert ons naar de Hondsbossche zeewering. Hier is een theater opgesteld voor "Prins te paard", met lichtinstallatie, spoorkarretjes, decorstukken en wat al niet meer. Op de zeedijk zelf groeit zeekool en een kruid dat ik niet direct kan thuisbrengen. Thuis gekomen concludeer ik dat het zeepostelein was, twee leuke vondsten.
De route voert ons langs Petten. De verschillende watertjes in de duinen ogen interessant, maar we laten ons niet verleiden tot extra oponthoud. Het is al half 4, en we hebben nog bijna 10 km te gaan. Een mooi stukje duinen. De kernreactor, voor medische doelen een van de belangrijkste ter wereld, is nauwelijks te zien.
De laatste 5 kilometer gaan over strand. Helaas een naturisten strand. Moe maar tevreden komen we bij de auto terug.
Gedaan: 139,4+20,5=159,9km
Te gaan: 232,4-159,9=72,5 km
zaterdag, mei 3
Nederlands Kustpad: Haarlem - Santpoort-Noord
Zaterdag 3 mei 2014
We parkeren bij het station Santpoort-Noord. Gratis parkeren bij het station. Service!
Daar houdt de service of de mazzel vandaag ook wel een beetje op. We zijn keurig op tijd voor de trein van 11.25. Maar een paar minuten hiervoor wordt omgeroepen dat wegens werkzaamheden de trein pas om 12.40 rijdt. 20 minuten wachten. Jos raakt aan de klets met een Brits echtpaar dat onderweg is naar de Keukenhof. Ze hebben geen ov-chipkaart: op station Schiphol hebben ze er naar gevraagd maar werd hen verteld dat ze overal kaartjes in de automaat konden kopen. Alleen werkt de automaat hier alleen op munten, en accepteert geen briefjes. Een hulp op afstand vertelt hen dat ze bij de conducteur terecht kunnen.
Inderdaad ontfermt de conducteur zich over hen bij het instappen.
In Haarlem willen we overstappen op de trein naar Overveen. Die rijdt wegens werkzaamheden echter maar eens in het uur. En de volgende vertrekt over 50 minuten. Lopen dan maar.
De LAW route loopt pal langs het station, dus we pakken de route direct op. Ze voert ons eerst langs de verdedigingsgordel. Langs het water bloeit niet alleen fluitenkruid, maar ook gewone vogelmelk. Mooi.
Bij Overveen lopen we rechtdoor en snijden een stukje af. Als snel zijn we dan bij de ingang van de Kennemerduinen. Voorbij het bezoekerscentrum houden we halt voor de meegebrachte bammetjes.
We volgen een kronkelend fietspad. In de berm groeit een lage gele bloeier. Toch even kijken, al hebben we nog een hele wandeling voor ons. Ik kom uit op vijfvingerkruid, iets algemeens.
Verderop wacht de echte verrassing: honderden, zo geen duizenden viooltjes. Dit moet ik even bekijken. Ik houdt het op Duinviooltje. Bij het zien van zoveel viooltjes zegt Jos: Dit is een via Viola! Een toepasselijke naam.
Het pad kronkelt verder en in de buurt van het Vogelmeer komen we een kudde Schotse hooglanders tegen. Ze lopen vlak aan beide zijden van het pad. Volgens de informatieborden moeten we 20 meter afstand houden, maar iedereen loopt op het smalle pad tussen de runderen door. Dat voorbeeld volgen we maar, de dieren schijnen het gewend te zijn. Ik zie ook geen jongen, dat scheelt.
Het pad naar het strand is een vrij druk pad. Het is zaterdag, de laatste dag schoolvakantie en de eerste dag echt lekker zonnig weer. Blijkbaar wil iedereen even naar buiten. Ook op het strand is het druk. Het boekje waarschuwt al: de duinovergang om het strand te verlaten is slecht zichtbaar vanaf het strand. Tip: het is vlak na het blauwe bord dat het einde van het nudistenstrand aankondigt.
Eenmaal de duinen in vinden we dat het pad naar de Koningsweg onder water staat. De weg is verspert met een groot hek en een bordje dat we verderop het Mollenpad moeten nemen. We lopen in de aangegeven richting, en Jos ziet een paaltje met een blauw bordje "voetpad". Dat slaan we in. Van paaltje naar paaltje volgen we het pad: soms duidelijk, soms vaag en even zoeken. Maar we komen keurig op de Koningsweg, die hier inmiddels droog is.
Onderweg zien we verschillende vlinders: Citroengeeltjes, geaderde witjes, groot koolwitje, een zandoogje, een oranjetipje en een argusvlinder. We komen veel bloeiende meidoorn tegen, soms de duinroos, en de veldhondstong begint net te bloeien.
Het laatste stuk van de wandeling voert door binnenduin. Moe maar voldaan komen we bij het station uit.
Gedaan: 122,1+17,3=139,4km
Te gaan: 232,4=139,4=93 km
We parkeren bij het station Santpoort-Noord. Gratis parkeren bij het station. Service!
Daar houdt de service of de mazzel vandaag ook wel een beetje op. We zijn keurig op tijd voor de trein van 11.25. Maar een paar minuten hiervoor wordt omgeroepen dat wegens werkzaamheden de trein pas om 12.40 rijdt. 20 minuten wachten. Jos raakt aan de klets met een Brits echtpaar dat onderweg is naar de Keukenhof. Ze hebben geen ov-chipkaart: op station Schiphol hebben ze er naar gevraagd maar werd hen verteld dat ze overal kaartjes in de automaat konden kopen. Alleen werkt de automaat hier alleen op munten, en accepteert geen briefjes. Een hulp op afstand vertelt hen dat ze bij de conducteur terecht kunnen.
Inderdaad ontfermt de conducteur zich over hen bij het instappen.
In Haarlem willen we overstappen op de trein naar Overveen. Die rijdt wegens werkzaamheden echter maar eens in het uur. En de volgende vertrekt over 50 minuten. Lopen dan maar.
De LAW route loopt pal langs het station, dus we pakken de route direct op. Ze voert ons eerst langs de verdedigingsgordel. Langs het water bloeit niet alleen fluitenkruid, maar ook gewone vogelmelk. Mooi.
Bij Overveen lopen we rechtdoor en snijden een stukje af. Als snel zijn we dan bij de ingang van de Kennemerduinen. Voorbij het bezoekerscentrum houden we halt voor de meegebrachte bammetjes.
We volgen een kronkelend fietspad. In de berm groeit een lage gele bloeier. Toch even kijken, al hebben we nog een hele wandeling voor ons. Ik kom uit op vijfvingerkruid, iets algemeens.
Verderop wacht de echte verrassing: honderden, zo geen duizenden viooltjes. Dit moet ik even bekijken. Ik houdt het op Duinviooltje. Bij het zien van zoveel viooltjes zegt Jos: Dit is een via Viola! Een toepasselijke naam.
Het pad kronkelt verder en in de buurt van het Vogelmeer komen we een kudde Schotse hooglanders tegen. Ze lopen vlak aan beide zijden van het pad. Volgens de informatieborden moeten we 20 meter afstand houden, maar iedereen loopt op het smalle pad tussen de runderen door. Dat voorbeeld volgen we maar, de dieren schijnen het gewend te zijn. Ik zie ook geen jongen, dat scheelt.
Het pad naar het strand is een vrij druk pad. Het is zaterdag, de laatste dag schoolvakantie en de eerste dag echt lekker zonnig weer. Blijkbaar wil iedereen even naar buiten. Ook op het strand is het druk. Het boekje waarschuwt al: de duinovergang om het strand te verlaten is slecht zichtbaar vanaf het strand. Tip: het is vlak na het blauwe bord dat het einde van het nudistenstrand aankondigt.
Eenmaal de duinen in vinden we dat het pad naar de Koningsweg onder water staat. De weg is verspert met een groot hek en een bordje dat we verderop het Mollenpad moeten nemen. We lopen in de aangegeven richting, en Jos ziet een paaltje met een blauw bordje "voetpad". Dat slaan we in. Van paaltje naar paaltje volgen we het pad: soms duidelijk, soms vaag en even zoeken. Maar we komen keurig op de Koningsweg, die hier inmiddels droog is.
Onderweg zien we verschillende vlinders: Citroengeeltjes, geaderde witjes, groot koolwitje, een zandoogje, een oranjetipje en een argusvlinder. We komen veel bloeiende meidoorn tegen, soms de duinroos, en de veldhondstong begint net te bloeien.
Het laatste stuk van de wandeling voert door binnenduin. Moe maar voldaan komen we bij het station uit.
Gedaan: 122,1+17,3=139,4km
Te gaan: 232,4=139,4=93 km
vrijdag, mei 2
Marskramerspad: Hoenderloo - Kootwijk
Donderdag 1 mei 2014
Het is grijs maar droog: ideaal wandelweer, maar geen ideaal fotoweer. Ja, sommigen vinden dat dit weer ook prachtige foto's kan opleveren, bijvoorbeeld zwart wit foto's. Maar voor plantenfoto's geef ik toch de voorkeur aan een zonnetje.
Deze wandeling proberen we iets nieuws uit: een anti-teken clip. Jos doet hem aan haar tas, ik aan mijn riem. Net nieuw gekocht. Er zitten "pleisters" met kleine kristalletjes in die we fijn gedrukt hebben. Er zijn 20 pleisters bijgeleverd. De verpakking stelt ons gerust dat er navullingen te koop zijn.
We parkeren de auto in Hoenderloo bij restaurant "Rust een weinig". Vandaar lopen we het stukje over de Harskampweg dat we ook eerder deze week al liepen. In een weiland ligt een dood paard. Jos informeert bij restaurant Buitenlust of zij de eigenaar willen waarschuwen. Ze verwijzen ons naar een alleenstaand huis waar we door enkele agressief blaffende honden worden opgewacht. Het houdt voor ons op.
We steken de Apeldoornse weg over, en wandelen het bos in. De bewegwijzering is de hele route acceptabel. Hier en daar is het boekje verouderd. De bewegwijzering is wat verouderd, soms is de verf vaag. Op een punt is een boom met de bewegwijzering omgevallen. Opnieuw bestaa de begroeiing uit grove den, zwarte den, lariks, lijsterbes, berk en beuk. Wel zijn we iets meer lariks en nu ook hulst als bij onze vorige wandelingen. De bosbodem is opnieuw vaak bedenkt met blauwe bosbes.
De vorige wandelingen zagen we hier een klein blauw vlindertje boven vliegen, die ontbreekt nu. Vermoedelijk was dat het Boomblauwtje, dat naast klimop, hulst en dopheide ook de bosbes als waardplant heeft.
Zonder problemen komen we op de Hoog Buurlose heide. Nou ja, heide: grasvlakte is een betere naam. Slechts hier en daar is nog wat heide te bekennen. Een schaapskudde zou daar verandering in moeten kunnen brengen, zo beredeneren we. Een echtpaar dat ook het Marskramerspad volgt, haalt ons in. We kunnen niet aan hun tempo tippen. Aan de Bosrand komen we ze weer tegen: we realiseren ons dat we een smal pad naar links gemist hebben. Door een dubbele beukenlaan lopen we langs de heide richting westen. Ze missen de dubbele Beukenlaan het bos in, en we kunnen ze terug roepen. Hierna spurten ze ons weer voorbij.
Jos struikelt over een boomwortel, maar het loopt gelukkig goed af.
Bij Hoog Buurlo zien we verschillende schaapskooien. Ze zijn leeg. Zijn hier nu wel of geen schaapskudden actief? We wandelen verder langs de achterste en voorste steenberg. Geen steen te bekennen. De route voert ten noorden van Radio Kootwijk. We houden lunch. Na deze korte pauze wandelen we verder. Het landschap blijft afwisselend bos en heide / grasland. Sommige van deze heides tonen trouwens meer heide als de Buurlose heide. Tussen een van deze heide struiken determineer ik de verfbrem, een beschermde soort. In de bossen komen we naast de blauwe bosbes nu ook de rode bosbes tegen.
Ook het stuk "Kootwijkerzand" waar wij langs lopen is behoorlijk met gras dichtgegroeid. Meer naar het zuiden zal nog wel een open zand vlakte zijn. We komen verschillende wandelaars tegen die ook het Marskramerpad volgen.
Voor we het weten arriveren we in Kootwijk. We hebben ruim 15 kilometer afgelegd, voor ons doen een mooi stuk. De volgende etappe naar Stroe zou 7 kilometer zijn. Ik schat dat als een te grote belasting voor de enkel van Jos in. Het echtpaar dat ons eerder inhaalde zien we weer passeren. Zij gaan duidelijk verder naar Stroe. We bestellen een regiotaxi. Daar moeten we helaas twee uur op wachten. Een alternatief is er niet, de bus komt hier alleen op maandag en dinsdag, eenmaal per week. De prijs van de regiotaxi vind ik acceptabel: 16 euro voor 2 personen. Op het terras van "De Binkhorst" wachten we op de taxi. Die brengt ons snel naar Hoenderloo terug.
Bij de bungalow merk ik dat ik mijn anti teken clip verloren ben. Wel heb ik nog een stuk of twintig pleisters. Iemand belangstelling?
Gedaan: 11,9+15,3=27,2 km
Te gaan: 360-27,2=332,8 km
Het is grijs maar droog: ideaal wandelweer, maar geen ideaal fotoweer. Ja, sommigen vinden dat dit weer ook prachtige foto's kan opleveren, bijvoorbeeld zwart wit foto's. Maar voor plantenfoto's geef ik toch de voorkeur aan een zonnetje.
Deze wandeling proberen we iets nieuws uit: een anti-teken clip. Jos doet hem aan haar tas, ik aan mijn riem. Net nieuw gekocht. Er zitten "pleisters" met kleine kristalletjes in die we fijn gedrukt hebben. Er zijn 20 pleisters bijgeleverd. De verpakking stelt ons gerust dat er navullingen te koop zijn.
We parkeren de auto in Hoenderloo bij restaurant "Rust een weinig". Vandaar lopen we het stukje over de Harskampweg dat we ook eerder deze week al liepen. In een weiland ligt een dood paard. Jos informeert bij restaurant Buitenlust of zij de eigenaar willen waarschuwen. Ze verwijzen ons naar een alleenstaand huis waar we door enkele agressief blaffende honden worden opgewacht. Het houdt voor ons op.
We steken de Apeldoornse weg over, en wandelen het bos in. De bewegwijzering is de hele route acceptabel. Hier en daar is het boekje verouderd. De bewegwijzering is wat verouderd, soms is de verf vaag. Op een punt is een boom met de bewegwijzering omgevallen. Opnieuw bestaa de begroeiing uit grove den, zwarte den, lariks, lijsterbes, berk en beuk. Wel zijn we iets meer lariks en nu ook hulst als bij onze vorige wandelingen. De bosbodem is opnieuw vaak bedenkt met blauwe bosbes.
De vorige wandelingen zagen we hier een klein blauw vlindertje boven vliegen, die ontbreekt nu. Vermoedelijk was dat het Boomblauwtje, dat naast klimop, hulst en dopheide ook de bosbes als waardplant heeft.
Zonder problemen komen we op de Hoog Buurlose heide. Nou ja, heide: grasvlakte is een betere naam. Slechts hier en daar is nog wat heide te bekennen. Een schaapskudde zou daar verandering in moeten kunnen brengen, zo beredeneren we. Een echtpaar dat ook het Marskramerspad volgt, haalt ons in. We kunnen niet aan hun tempo tippen. Aan de Bosrand komen we ze weer tegen: we realiseren ons dat we een smal pad naar links gemist hebben. Door een dubbele beukenlaan lopen we langs de heide richting westen. Ze missen de dubbele Beukenlaan het bos in, en we kunnen ze terug roepen. Hierna spurten ze ons weer voorbij.
Jos struikelt over een boomwortel, maar het loopt gelukkig goed af.
Bij Hoog Buurlo zien we verschillende schaapskooien. Ze zijn leeg. Zijn hier nu wel of geen schaapskudden actief? We wandelen verder langs de achterste en voorste steenberg. Geen steen te bekennen. De route voert ten noorden van Radio Kootwijk. We houden lunch. Na deze korte pauze wandelen we verder. Het landschap blijft afwisselend bos en heide / grasland. Sommige van deze heides tonen trouwens meer heide als de Buurlose heide. Tussen een van deze heide struiken determineer ik de verfbrem, een beschermde soort. In de bossen komen we naast de blauwe bosbes nu ook de rode bosbes tegen.
Ook het stuk "Kootwijkerzand" waar wij langs lopen is behoorlijk met gras dichtgegroeid. Meer naar het zuiden zal nog wel een open zand vlakte zijn. We komen verschillende wandelaars tegen die ook het Marskramerpad volgen.
Voor we het weten arriveren we in Kootwijk. We hebben ruim 15 kilometer afgelegd, voor ons doen een mooi stuk. De volgende etappe naar Stroe zou 7 kilometer zijn. Ik schat dat als een te grote belasting voor de enkel van Jos in. Het echtpaar dat ons eerder inhaalde zien we weer passeren. Zij gaan duidelijk verder naar Stroe. We bestellen een regiotaxi. Daar moeten we helaas twee uur op wachten. Een alternatief is er niet, de bus komt hier alleen op maandag en dinsdag, eenmaal per week. De prijs van de regiotaxi vind ik acceptabel: 16 euro voor 2 personen. Op het terras van "De Binkhorst" wachten we op de taxi. Die brengt ons snel naar Hoenderloo terug.
Bij de bungalow merk ik dat ik mijn anti teken clip verloren ben. Wel heb ik nog een stuk of twintig pleisters. Iemand belangstelling?
Gedaan: 11,9+15,3=27,2 km
Te gaan: 360-27,2=332,8 km
woensdag, april 30
Trekvogelpad Hoenderloo - Jachtslot St Hubertus
Woensdag 30 april 2014
Eigenlijk was het de bedoeling om vandaag een stuk van het Marskramerpad te lopen, maar Jos is wat moe, en het hele stuk naar Stroe is ruim 20 kilometer, ruim boven onze conditie. We kiezen daarom voor een stukje van het park Hoge Veluwe.
We nemen de auto naar de Hoenderloo ingang van het park, en parkeren daar moeiteloos rond 11 uur in de ochtend. Het pad is prima aangegeven, en verwijdert zich al snel van het fietspad en de drukte van de ingang. Over smalle bospaden lopen we richting noordoosten. Van het Trekvogelpad hebben we geen boekje, maar de bewegwijzering is goed. Het voert ons langs Siberië, een vergrassend heideveld, majestueuze beukenbossen en gemende bossen naar het St Hubertus Jachtslot. Ik determineer niet elke boom, maar we komen in elke geval Zwarte den, Grove Den, Jeneverbes, Lijsterbes, Amerikaanse eik, Zomereik, Ruwe Berk, Rhododendron, Beuk, Brem en Eenstijlige meidoorn tegen.
Even voorbij het slot is het Trekvogelpad afgezet, en we moeten even omlopen. Hier raken we even de weg kwijt. Gelukkig hebben we een kaart van de Veluwe waarmee we ons kunnen oriënteren. Langs de rand van het Otterlose Zand lopen we terug naar het Jachtslot. Hier nemen we twee van de gratis witte fietsen om daarmee terug te gaan naar de Hoenderloo ingang. Onderweg begint het te donderen, en met de eerste regendruppels bereiken we de auto.
Eigenlijk was het de bedoeling om vandaag een stuk van het Marskramerpad te lopen, maar Jos is wat moe, en het hele stuk naar Stroe is ruim 20 kilometer, ruim boven onze conditie. We kiezen daarom voor een stukje van het park Hoge Veluwe.
We nemen de auto naar de Hoenderloo ingang van het park, en parkeren daar moeiteloos rond 11 uur in de ochtend. Het pad is prima aangegeven, en verwijdert zich al snel van het fietspad en de drukte van de ingang. Over smalle bospaden lopen we richting noordoosten. Van het Trekvogelpad hebben we geen boekje, maar de bewegwijzering is goed. Het voert ons langs Siberië, een vergrassend heideveld, majestueuze beukenbossen en gemende bossen naar het St Hubertus Jachtslot. Ik determineer niet elke boom, maar we komen in elke geval Zwarte den, Grove Den, Jeneverbes, Lijsterbes, Amerikaanse eik, Zomereik, Ruwe Berk, Rhododendron, Beuk, Brem en Eenstijlige meidoorn tegen.
Even voorbij het slot is het Trekvogelpad afgezet, en we moeten even omlopen. Hier raken we even de weg kwijt. Gelukkig hebben we een kaart van de Veluwe waarmee we ons kunnen oriënteren. Langs de rand van het Otterlose Zand lopen we terug naar het Jachtslot. Hier nemen we twee van de gratis witte fietsen om daarmee terug te gaan naar de Hoenderloo ingang. Onderweg begint het te donderen, en met de eerste regendruppels bereiken we de auto.
dinsdag, april 29
Marskramerpad: Miggelenberg-Hoenderloo
Dinsdag 29 april 2014
Gisteren stopten we bij het vakantiepark. Vanochtend miezert het, en vanmiddag worden stevige buien verwacht. Omdat we geen zin hebben de hele dag binnen rond te hangen, gooien we de regenkleding aan en lopen we via het Marskramerpad naar het dorp.
Op de Weihkamperweg staan de bermen vol in bloei: dagkoekoeksbloem, fluitenkruid, Lelietjes-van-dalen, vergeet-mij-nietjes, schijnpapaver, roze winterpostelein, een paars gekleurd viooltje, gele gevlekte dovenetel, look zonder look, zenegroen, hondsdraf: niet te veel om op te noemen, maar wel te veel om te onthouden.
Even verderop voert het pad langs het Heldringskerkje, genoemd naar de predikant die enkele bewoonde plaggenhutten ontdekte en zorgde voor een waterput, een school en een kerk. Afgelopen zondag ochtend gingen we er naar de kerk. Een vriendelijke 'inboorling' vertelt ons dat de kerk niet, zoals vaak wordt beweerd, het oudste gebouw van het dorp is, maar een woning schuin er tegenover. Het schijnt ook dat de pastorie eerder klaar was dan het kerkgebouw, iets waarvoor ds. Heldring zich schaamde.
We wandelen door het dorpje naar de westkant. In de berm van de provinciale weg staat een eenzame vogelmelk in bloei. De determinatie vind ik lastig: de bloemen lijken meer in een langwerpige bloeiwijze te zijn gerangschikt dan in een scherm of tros, waardoor de gewone vogelmelk afvalt. Die hebben we wel vaker gezien, en hij ziet er toch anders uit. Dan blijven de knikkende vogelmelk en de piramide vogelmelk over. Bij de knikkende vogelmelk staan de bloemen in een naar een kant gekeerde tros. Hier zijn de bloemen aan een kant van de tros afgestorven. Van 2 tandjes naast de helmknoppen, die de knikkende vogelmelk zou moeten hebben, kan ik niets ontdekken. De bloemstelen zijn alle iets meer dan 1 cm lang, wat tegen de gewone vogelmelk en tegen de piramide vogelmelk pleit. Voor de piramide vogelmelk is het te vroeg. De knikkende vogelmelk lijkt me het waarschijnlijkst, maar ik kan me gemakkelijk vergissen.
Waar de route voor kaart 33 ophoudt, keren we terug. Door het dorp lopen we terug, maar nemen nu het Trekvogelpad. Vanuit Flora perspectief blijkt dit minder interessant dan de heenweg. Wel volgen we het pad zonder moeite, al hebben we er geen boekje van, dus de bewegwijzering blijkt prima.
Gelopen: 8,2+3,7=11,9 km
Te gaan: 351,8-3,7=348,1 km
Gisteren stopten we bij het vakantiepark. Vanochtend miezert het, en vanmiddag worden stevige buien verwacht. Omdat we geen zin hebben de hele dag binnen rond te hangen, gooien we de regenkleding aan en lopen we via het Marskramerpad naar het dorp.
Op de Weihkamperweg staan de bermen vol in bloei: dagkoekoeksbloem, fluitenkruid, Lelietjes-van-dalen, vergeet-mij-nietjes, schijnpapaver, roze winterpostelein, een paars gekleurd viooltje, gele gevlekte dovenetel, look zonder look, zenegroen, hondsdraf: niet te veel om op te noemen, maar wel te veel om te onthouden.
Even verderop voert het pad langs het Heldringskerkje, genoemd naar de predikant die enkele bewoonde plaggenhutten ontdekte en zorgde voor een waterput, een school en een kerk. Afgelopen zondag ochtend gingen we er naar de kerk. Een vriendelijke 'inboorling' vertelt ons dat de kerk niet, zoals vaak wordt beweerd, het oudste gebouw van het dorp is, maar een woning schuin er tegenover. Het schijnt ook dat de pastorie eerder klaar was dan het kerkgebouw, iets waarvoor ds. Heldring zich schaamde.
We wandelen door het dorpje naar de westkant. In de berm van de provinciale weg staat een eenzame vogelmelk in bloei. De determinatie vind ik lastig: de bloemen lijken meer in een langwerpige bloeiwijze te zijn gerangschikt dan in een scherm of tros, waardoor de gewone vogelmelk afvalt. Die hebben we wel vaker gezien, en hij ziet er toch anders uit. Dan blijven de knikkende vogelmelk en de piramide vogelmelk over. Bij de knikkende vogelmelk staan de bloemen in een naar een kant gekeerde tros. Hier zijn de bloemen aan een kant van de tros afgestorven. Van 2 tandjes naast de helmknoppen, die de knikkende vogelmelk zou moeten hebben, kan ik niets ontdekken. De bloemstelen zijn alle iets meer dan 1 cm lang, wat tegen de gewone vogelmelk en tegen de piramide vogelmelk pleit. Voor de piramide vogelmelk is het te vroeg. De knikkende vogelmelk lijkt me het waarschijnlijkst, maar ik kan me gemakkelijk vergissen.Waar de route voor kaart 33 ophoudt, keren we terug. Door het dorp lopen we terug, maar nemen nu het Trekvogelpad. Vanuit Flora perspectief blijkt dit minder interessant dan de heenweg. Wel volgen we het pad zonder moeite, al hebben we er geen boekje van, dus de bewegwijzering blijkt prima.
Gelopen: 8,2+3,7=11,9 km
Te gaan: 351,8-3,7=348,1 km
maandag, april 28
Marskramerpad Beekbergen - Miggelenberg
Maandag 28 april
Ja, ik weet het: zowel het Hollands Kustpad als het grote Rivierenpad zijn nog lang niet af. Dus waarom niet eerst die twee afmaken voor we aan een nieuw pad beginnen? Het antwoord is simpel: we zitten een weekje op Landal park Miggelenberg, en dit pad loopt er vlak langs.
Volgens 9292.nl zou de syntusbus om 12.11 uit Hoederloo vertrekken. We staan na wat gehaast om 12.10 bij de halte. Geen bus te zien. Zou de bus te vroeg zijn geweest? We besluiten nog even te wachten en ons geduld wordt beloond, want om 12.15 komt de bus. In Apeldoorn is het even een kwartiertje wachten op de bus naar Beekbergen. Daar stappen we uit bij halte Smittenberg.
Het pad is prima aangegeven, de bewegwijzering verdient een dikke 8, en dat geldt voor de hele route. De beschrijving in het boekje is hier en daar wel wat verouderd. Een voorbeeld: "Einde weg na slagboom linksaf". Ik zie geen slagboom, en dat komt niet doordat ik bijziend ben.
Het stikt hier overigens van de Lange afstands en streekpaden, want het eerste stukje lopen we samen met het Maarten van Rossum pad. Al snel duiken we het bos in. Een mooi gemengd bos, met verschillende soorten loofbomen zowel als naaldbomen. Er bloeit weinig, alleen een enkele Lijsterbes is getooid met schermen witte bloemen. De bosbodem is bedekt met grote hoeveelheden bosbessen. De vruchten zijn er al wel, maar nog lang niet rijp.
Het pad is afwisselend, verschillende malen zijn het mooie smalle voetpaadjes die de zandheuvels op en af dalen. Op een van de heuvels van het Spelderholt vangt een wit bloempje met 6 of 7 kroonblaadjes mijn oog. Mijn vrouw weet direct de naam: Zevenster. We hebben hem een keer eerder gezien: in een hochmoor in Duitsland, op een zeer vochtige plek. Hier is de bodem niet droog, zeker niet na de regen van de afgelopen dagen, maar we zitten hier wel op een heuveltop, dus ik kan me niet voorstellen dat het hier voortdurend vochtig is. Nu merk ik het gemis aan een goede camera, zowel het cameraatje in mijn mobiel als het zakcameraatje van Jos pakken het subtiele verschil in wittinten niet. Het is in ieder geval een mooie vondst.
Aan het eind van kaart 33 slaan we linksaf naar het bungalow park. We kruisen het Veluws zwerfpad en het trekvogelpad, die langs het park lopen. Morgenmiddag wordt veel regen verwacht, dus het kleine stukje naar het dorp vormt een mooi stukje voor morgenochtend.
Gelopen: 8,2 km
Te gaan: 360-8,2=351,8 km
.
Ja, ik weet het: zowel het Hollands Kustpad als het grote Rivierenpad zijn nog lang niet af. Dus waarom niet eerst die twee afmaken voor we aan een nieuw pad beginnen? Het antwoord is simpel: we zitten een weekje op Landal park Miggelenberg, en dit pad loopt er vlak langs.
Volgens 9292.nl zou de syntusbus om 12.11 uit Hoederloo vertrekken. We staan na wat gehaast om 12.10 bij de halte. Geen bus te zien. Zou de bus te vroeg zijn geweest? We besluiten nog even te wachten en ons geduld wordt beloond, want om 12.15 komt de bus. In Apeldoorn is het even een kwartiertje wachten op de bus naar Beekbergen. Daar stappen we uit bij halte Smittenberg.
Het pad is prima aangegeven, de bewegwijzering verdient een dikke 8, en dat geldt voor de hele route. De beschrijving in het boekje is hier en daar wel wat verouderd. Een voorbeeld: "Einde weg na slagboom linksaf". Ik zie geen slagboom, en dat komt niet doordat ik bijziend ben.
Het stikt hier overigens van de Lange afstands en streekpaden, want het eerste stukje lopen we samen met het Maarten van Rossum pad. Al snel duiken we het bos in. Een mooi gemengd bos, met verschillende soorten loofbomen zowel als naaldbomen. Er bloeit weinig, alleen een enkele Lijsterbes is getooid met schermen witte bloemen. De bosbodem is bedekt met grote hoeveelheden bosbessen. De vruchten zijn er al wel, maar nog lang niet rijp.
Het pad is afwisselend, verschillende malen zijn het mooie smalle voetpaadjes die de zandheuvels op en af dalen. Op een van de heuvels van het Spelderholt vangt een wit bloempje met 6 of 7 kroonblaadjes mijn oog. Mijn vrouw weet direct de naam: Zevenster. We hebben hem een keer eerder gezien: in een hochmoor in Duitsland, op een zeer vochtige plek. Hier is de bodem niet droog, zeker niet na de regen van de afgelopen dagen, maar we zitten hier wel op een heuveltop, dus ik kan me niet voorstellen dat het hier voortdurend vochtig is. Nu merk ik het gemis aan een goede camera, zowel het cameraatje in mijn mobiel als het zakcameraatje van Jos pakken het subtiele verschil in wittinten niet. Het is in ieder geval een mooie vondst.
Aan het eind van kaart 33 slaan we linksaf naar het bungalow park. We kruisen het Veluws zwerfpad en het trekvogelpad, die langs het park lopen. Morgenmiddag wordt veel regen verwacht, dus het kleine stukje naar het dorp vormt een mooi stukje voor morgenochtend.
Gelopen: 8,2 km
Te gaan: 360-8,2=351,8 km
.
zaterdag, april 5
LAW Grote rivierenpad Buren - Tiel
Zaterdag 5 april 2014
Jos haalt met het trekkertje aardig wat sahara zand van de ruiten voordat we wegrijden. Het weer is bewolkt, met kans op zowel regen als zon. De bestemming is Tiel: we willen van de bloesem genieten. Dit stuk van het Grote Rivierenpad is onderdeel van het vroegere Lingepad.
Onderweg staat het raapzaad in de bermen van de A13 en de A15 prachtig goudgeel in bloei. In Tiel parkeren we bij het Burgemeester Hasselmanplein. Niet goedkoop, en net nadat we betaald hebben maakt een vriendelijke vrouw ons er op attent dat het vandaag gratis parkeren is.
Het station staat keurig aangegeven. Daar moeten we even wachten op bus 46 naar Buren. We zijn niet de enige wandelaars: in de bus maken we kennis met een Brabants echtpaar dat het Maarten van Rossumpad volgt. Ook zij vertrekken vanuit Buren.
In Buren staat een keurige paal die de kruising van de twee lange afstandswandelpaden aangeeft. In Buren missen we de afslag door het centrum. Dat komt eerder door onze gehaastheid dan door de bewegzijzering: die verdient de hele route gewoon een 9. Bij de brug pikken we het spoor zonder probleem weer op.
Even buiten de Buren zien we al de eerste fruitboomgaarden. Een wandelaarster met hond vertelt ons dat de kersen al uitgebloeid zijn, en het nu de tijd van de peren en appelbloesem is. De perenbloesem is wit, en staat in trossen, de appelbloesem is roze en de prunus bloeit voordat de bladeren er zijn. Dat is toch van een afstand wat beter waarneembaar dan het "stijlen vrij, dan peer" en "Stijlen in het onderste deel vergroeid, dan appel" uit de flora van Heukels, als is het misschien niet zo exact en betrouwbaar. Eind van de maand is volgens haar de bloesemtocht, al is dan waarschijnlijk alles uitgebloeid.
De peren staan inderdaad uitgebreid in bloei. Op het stuk wat wij lopen lijkt vooral peer te worden geteeld. De afgelopen week las ik in de krant dat veel Nederlandse telers van appel op peer overschakelen, en dat lijkt hier ook te gebeuren. Een appelboer rijdt met mest naar zijn land. Volgens hem is volgend weekend de bloesemtocht.

De kilometertjes lopen vandaag gemakkelijk weg. Begon bij onze vorige tocht de pinksterbloem net aan zijn bloei, nu staan ze in elke berm bij honderden. Dat geldt ook voor het raapzaad en de ereprijs.
Landgoed Soelen met het gelijknamige kasteel ziet er goed verzorgd uit. In de bocht van een asfaltweg even verderop groeit symphytum x uplandicum, vermoedelijk verwilderd vanuit een van de tuinen.
Een akker met koolzaad wissel het landschap af. Nu ik het zo duidelijk aangeplant zie, worden de verschillen met raapzaad ook duidelijker.
Via de doodlopende Linge lopen we Tiel binnen. Voor we het weten zijn we bij de auto terug. Het winkelcentrum is gezellig druk, en we nemen nog even een kijkje, vooral om een plaatje van de legendarische Flipje te schieten. Dat standbeeld mag ondertussen wel een likje verf hebben.
Vandaag afgelegd: 9,1 km
Gedaan: 84+9,1=93,1 km
Nog te gaan: 190-9,1=180,9 km.
Jos haalt met het trekkertje aardig wat sahara zand van de ruiten voordat we wegrijden. Het weer is bewolkt, met kans op zowel regen als zon. De bestemming is Tiel: we willen van de bloesem genieten. Dit stuk van het Grote Rivierenpad is onderdeel van het vroegere Lingepad.Onderweg staat het raapzaad in de bermen van de A13 en de A15 prachtig goudgeel in bloei. In Tiel parkeren we bij het Burgemeester Hasselmanplein. Niet goedkoop, en net nadat we betaald hebben maakt een vriendelijke vrouw ons er op attent dat het vandaag gratis parkeren is.
Het station staat keurig aangegeven. Daar moeten we even wachten op bus 46 naar Buren. We zijn niet de enige wandelaars: in de bus maken we kennis met een Brabants echtpaar dat het Maarten van Rossumpad volgt. Ook zij vertrekken vanuit Buren.
In Buren staat een keurige paal die de kruising van de twee lange afstandswandelpaden aangeeft. In Buren missen we de afslag door het centrum. Dat komt eerder door onze gehaastheid dan door de bewegzijzering: die verdient de hele route gewoon een 9. Bij de brug pikken we het spoor zonder probleem weer op.
Even buiten de Buren zien we al de eerste fruitboomgaarden. Een wandelaarster met hond vertelt ons dat de kersen al uitgebloeid zijn, en het nu de tijd van de peren en appelbloesem is. De perenbloesem is wit, en staat in trossen, de appelbloesem is roze en de prunus bloeit voordat de bladeren er zijn. Dat is toch van een afstand wat beter waarneembaar dan het "stijlen vrij, dan peer" en "Stijlen in het onderste deel vergroeid, dan appel" uit de flora van Heukels, als is het misschien niet zo exact en betrouwbaar. Eind van de maand is volgens haar de bloesemtocht, al is dan waarschijnlijk alles uitgebloeid.
De peren staan inderdaad uitgebreid in bloei. Op het stuk wat wij lopen lijkt vooral peer te worden geteeld. De afgelopen week las ik in de krant dat veel Nederlandse telers van appel op peer overschakelen, en dat lijkt hier ook te gebeuren. Een appelboer rijdt met mest naar zijn land. Volgens hem is volgend weekend de bloesemtocht.

De kilometertjes lopen vandaag gemakkelijk weg. Begon bij onze vorige tocht de pinksterbloem net aan zijn bloei, nu staan ze in elke berm bij honderden. Dat geldt ook voor het raapzaad en de ereprijs.
Landgoed Soelen met het gelijknamige kasteel ziet er goed verzorgd uit. In de bocht van een asfaltweg even verderop groeit symphytum x uplandicum, vermoedelijk verwilderd vanuit een van de tuinen.
Een akker met koolzaad wissel het landschap af. Nu ik het zo duidelijk aangeplant zie, worden de verschillen met raapzaad ook duidelijker.
Via de doodlopende Linge lopen we Tiel binnen. Voor we het weten zijn we bij de auto terug. Het winkelcentrum is gezellig druk, en we nemen nog even een kijkje, vooral om een plaatje van de legendarische Flipje te schieten. Dat standbeeld mag ondertussen wel een likje verf hebben.
Vandaag afgelegd: 9,1 km
Gedaan: 84+9,1=93,1 km
Nog te gaan: 190-9,1=180,9 km.
Abonneren op:
Posts (Atom)






