Familiebezoek splitste onze weekend wandeling op in 2 korte stukjes, om de rit te onderbreken. De eerste stop was bij de Banjaard, een in dit jaargetijde rustig duingebied aan de westpunt van Noord Beveland. Op een praktisch verlaten parkeerplaats offerde ik een halve euro aan de alomtegenwoordige parkeermeter.
De parkeerplaats ligt direct aan de duinen. Bovenop de dijk / het duin woei een frisse wind. Verdwaalde exemplaren van een paardenbloem (vreemd uiterlijk - een duinpaardenbloem?), een klein wit plantje (vroegeling?) en akkerhoornbloem sierden het fietspad dat we overstaken. Aan de zeezijde leidt het pad ons door een vallei met aan twee zijden prikkeldraad. Een informatiebord vertelt dat het duin is afgezet ter willen van de rust voor het broeden van de dwergstern. Die zouden dat hier enkele malen hebben geprobeerd. Ijverig starend probeer ik deze schijnbaar zeldzame vogels te ontdekken. Niets te zien. Gewone huis- tuin en keuken meeuwen en een enkele kraai vliegen rond. Ik besluit dat de dwergsternen de pogingen van de natuurbeschermers blijkbaar niet waarderen en naar elders vertrokken zijn. De leerachtige blaadjes van een mij onbekende plant steken hun kopjes net boven het zand uit.
Even verderop gaan we zitten voor een korte lunch. Heerlijk, die rust. Een grote groep kleine sterns vliegt pal over onze hoofden. Blijkbaar hebben ze toch een plekje gevonden.
Het tweede stukje wandeling is eveneens kort. In de buurt van Oud-Alblas is langs onze route een parkeerplaats. Enkele kippen lopen los rond. Nou enkele - als een vos dit plekje ontdekt gaat die hier nooooooit meer weg. Een voetpad lokt ons de weilanden in. Ordinaire paarse dovenetel, fluitekruid, riet, pinksterbloemen en ander bekend spul domineren. Heerlijke vergezichten met ouderwetse molens. Een eend met 4 jongen vlucht voor ons weg. We zijn 100 meter van de provinciale weg en horen het verkeer niet. Heerlijk. Veel te snel brengt het voetpad ons weer bij de auto terug.
maandag, april 16
maandag, april 9
Het is een prachtige middag, en er zijn nog een paar uurtjes om een wandeling te maken. De bestemming is opnieuw het Westduinpark. Bij het vorige bezoek zagen we een bloeiende prunus staan, die ik met invallende regen niet wilde gaan staan determineren.
Nu is deze prunus ons eerste doel, en een heerlijk zonnetje verleidt tot het eerst maken van foto's. De determinatie is niet simpel.
Grappig hoe, terwijl ik in een flora blader, enkele voorbijgangers het antwoord al weten: 'een meidoorn'. Wanneer ik er op wijs dat de blaadjes niet gelobd zijn, concluderen ze onmiddellijk: en vogelkers. Uiteindelijk kom ik uit bij Kerspruim (Prunus cerasifera), maar heel zeker ben ik er niet van.
Hierna wandelen we door de binnenduinen van het centrale deel van het Westduinpark. Hier zijn al wel nieuwe hekken en bedrading neergezet voor de grote grazers, maar er is nog geen grote schoonmaak gehouden. Hier staat nog niets in bloei, alleen het voorjaarshelmkruid, hoewel de meeste planten nog klein zijn. Ook enkele exemplaren van de wilde hyacinth laten hun eerste bloemetjes zien. Fietsend over de weg langs de rand van het park valt ons oog op iets paars. Het blijkt grote maagdenpalm. Hier groeit ook de hondsdraf in grote getale, vergezeld van speenkruid en judaspenning. Niet echt planten die in de duinen thuis horen. Kijk, het opruimen daarvan lijkt me een prima zaak.
Grappig hoe, terwijl ik in een flora blader, enkele voorbijgangers het antwoord al weten: 'een meidoorn'. Wanneer ik er op wijs dat de blaadjes niet gelobd zijn, concluderen ze onmiddellijk: en vogelkers. Uiteindelijk kom ik uit bij Kerspruim (Prunus cerasifera), maar heel zeker ben ik er niet van.
Hierna wandelen we door de binnenduinen van het centrale deel van het Westduinpark. Hier zijn al wel nieuwe hekken en bedrading neergezet voor de grote grazers, maar er is nog geen grote schoonmaak gehouden. Hier staat nog niets in bloei, alleen het voorjaarshelmkruid, hoewel de meeste planten nog klein zijn. Ook enkele exemplaren van de wilde hyacinth laten hun eerste bloemetjes zien. Fietsend over de weg langs de rand van het park valt ons oog op iets paars. Het blijkt grote maagdenpalm. Hier groeit ook de hondsdraf in grote getale, vergezeld van speenkruid en judaspenning. Niet echt planten die in de duinen thuis horen. Kijk, het opruimen daarvan lijkt me een prima zaak.
zaterdag, maart 31
Zandmotor
Vandaag hebben we de zaterdagmiddag besteed aan een fietstochtje naar de zandmotor, het kunstmatig opgespoten schiereiland voor de kust van Monster. De bedoeling is dat het hier opgespoten zand zich langzaam verspreid over de zuid-hollandse kust, De zandmotor is nog steeds groot, kaal en verlaten. Ons enige gezelschap waren een paar strandsurfers. Zelfs meeuwen waren er weinig, en de weinige die er waren hadden concurentie van een paar kraaien.
Opvallend genoeg zagen we op de terugweg door de duinen nog een aalscholver: ik had verwacht dat die allang richting noorden vertrokken zouden zijn.
Ook leuk was dat de eerste voorjaarshelmbloemen, hoewel nog klein, soms al wel in bloei stonden. Helaas geen foto, want we hadden toen net het enige buitje.
Opvallend genoeg zagen we op de terugweg door de duinen nog een aalscholver: ik had verwacht dat die allang richting noorden vertrokken zouden zijn.
Ook leuk was dat de eerste voorjaarshelmbloemen, hoewel nog klein, soms al wel in bloei stonden. Helaas geen foto, want we hadden toen net het enige buitje.
zaterdag, maart 17
Bolletjes
De zaterdagmiddag wandeling van vandaag was opnieuw in het Westduinpark, dit keer niet in het zuidelijke, maar in het middelste deel, dat nog niet heringericht is. Het was ook een stuk binnenduin waar we eigenlijk weinig komen; binnenduin kent in mijn ervaring wat minder duin-specifieke soorten als de witte en grijze duinen.
Het voelde oud-vertrouwd aan: de rimpelroos loopt uit, evenals verschillende andere struiken, zoals de mahonie. Deze laatste stond ook in bloei. De Mahonie is een struik die hier van oorsprong niet thuis hoort, daarom verwacht ik dat bij de herinrichting deze struik ook met wortel en tak zal worden uitgeroeid. En dit keer zal ik daar geen traan om laten. Dat ligt bij de rimpelroos en de witte abeel toch iets anders: dat zijn struiken/bomen die ik daar als sinds mijn kindertijd, zo'n 50 jaar terug, heb gezien. Hoe ver gaan we terug voor we vinden dat een plant hier thuis hoort? 100 jaar? 400 jaar? In dat laatste geval zijn er nog wel een paar planten op te noemen die er niet thuis horen.
Mijn goede wiki vriend Marco Roepers stelde vragen over de vroegeling, maar die zijn we niet tegengekomen. Nog in het binnenduin, nog op de speelweiden, nog in de buurt van de zeereep. Nergens kleine witte bloemetjes te bekennen. Wel zagen we de Oosterse sterhyacinth in grote getale in bloei staan. De Grote sneeuwroem was wat minder talrijk. Ook deze horen er niet thuis, maar zijn wel feestelijk om te zien. De Wilde hyacinth srtak wel zijn bladen boven de grond, maar voor de bloemen zullen we nog even geduld moeten hebben. Opvallend was dat veel bladen van bolgewassen afgemaaid of afgegraasd leken te zijn. De foto van de sneeuwroem hiernaast hebben dat ook.
Het voelde oud-vertrouwd aan: de rimpelroos loopt uit, evenals verschillende andere struiken, zoals de mahonie. Deze laatste stond ook in bloei. De Mahonie is een struik die hier van oorsprong niet thuis hoort, daarom verwacht ik dat bij de herinrichting deze struik ook met wortel en tak zal worden uitgeroeid. En dit keer zal ik daar geen traan om laten. Dat ligt bij de rimpelroos en de witte abeel toch iets anders: dat zijn struiken/bomen die ik daar als sinds mijn kindertijd, zo'n 50 jaar terug, heb gezien. Hoe ver gaan we terug voor we vinden dat een plant hier thuis hoort? 100 jaar? 400 jaar? In dat laatste geval zijn er nog wel een paar planten op te noemen die er niet thuis horen.
Mijn goede wiki vriend Marco Roepers stelde vragen over de vroegeling, maar die zijn we niet tegengekomen. Nog in het binnenduin, nog op de speelweiden, nog in de buurt van de zeereep. Nergens kleine witte bloemetjes te bekennen. Wel zagen we de Oosterse sterhyacinth in grote getale in bloei staan. De Grote sneeuwroem was wat minder talrijk. Ook deze horen er niet thuis, maar zijn wel feestelijk om te zien. De Wilde hyacinth srtak wel zijn bladen boven de grond, maar voor de bloemen zullen we nog even geduld moeten hebben. Opvallend was dat veel bladen van bolgewassen afgemaaid of afgegraasd leken te zijn. De foto van de sneeuwroem hiernaast hebben dat ook.
zaterdag, maart 10
Westduinpark
De sneeuw is weg, de temperatuur nog laag maar stijgend. Droog, dus ideaal weer voor een wandelingetje.
Het zuidelijk deel van het Westduinpark blijkt flink op de schop genomen te zijn. In het kader van het herstel van de 'blanke top der duinen', blanke duinen en andere natuurwaarden is er flink wat kaal duizand boven gebracht. Rimpelroos en sneeuwbes, niet inheemse planten, zijn verwijderd. Daarvan gaat de rimpelroos me wel wat aan het hart: voor mij hoort die onlosmakelijk bij het Westduinpark.
Enfin, het zal uiteeindelijk wel goed uitpakken. Men is al druk bezig hekken te plaatsen voor de schotse hooglanders. Wat bij mij wel de vraag oproept: zijn dat dan geen exoten?
vrijdag, maart 2
Libellenvallei
Een paar weken geleden wilden we weer een stukje in de duinen wandelen: het was koud maar zonnig weer.
Door omstandigheden kwamen we uit in Meijendel. Het parkeren was nog niet veranderd, keurig bij de 'boerderij'. Daar waren de wandelroute paaltjes vernieuwd, en we besloten de gele paaltjes te volgen.
De route leidde ons naar de libellen vallei, die flink onderhanden genomen is. Veel kaal zand, riet afgesnoeid. Hoeplijk zijn de kruisbladgentiaan, de parnassia, het dudiendguldenkruid en de rietorchissen straks nog aanwezig.
Het prachtige zonnetje verleende de wandeling een extra genoegen. De gele paaltjes gaven de route prima aan d en brachten ons weer keurig bij de boerderij terug.
zaterdag, november 26
de Zandmotor
Voor de kust tussen Hoek van Hollend en Kijkduin is in het afgelopen jaar een groot schiereiland van zand opgespoten, de zandmotor. Dit gebeurde in het kader van de 2e maasvlakte, natuurcompensatie en een veiliger kust. De zandmotor is deze week voor het eerst door het publiek geopend, en vandaag was de eerste gelegenheid voor me om een kijkje te nemen.
De eerste indruk is er een van uitgestrektheid en ruimte. Het was heerlijk om in de wind over de wijdse vlakte te struinen.
Flora is er nog niet echt en persoonlijk betwijfel ik of die gaat komen. De enige plant die ik zag was een helm, niet heel bijzonder. Ik weet dat er ook de gelobde melde is waargenomen, maar hoe het die volgend jaar in de zomer zal vergaan als de plek open is voor publiek moet worden afgewacht.
De eerste indruk is er een van uitgestrektheid en ruimte. Het was heerlijk om in de wind over de wijdse vlakte te struinen.
Flora is er nog niet echt en persoonlijk betwijfel ik of die gaat komen. De enige plant die ik zag was een helm, niet heel bijzonder. Ik weet dat er ook de gelobde melde is waargenomen, maar hoe het die volgend jaar in de zomer zal vergaan als de plek open is voor publiek moet worden afgewacht.
zaterdag, september 17
Eik
Ik heb het hier al eerder opgemerkt: Weinig planten die zo rijk zijn aan gallen als onze zomereik. Op onze wekelijkse wandeling naar de kerk waren de gallen op de zomereik aan de Laan van Eijk en Duinen me al en paar keer opgevallen. Een van de gallen was nieuw voor me, kleine kale harde rode bolletjes, iets afgeplat en soms iets niervormig, maar meestal gewoon rond.
Gisteravond heb ik ze met gebruik van het gallenboek van van Leeuwen eens gedetermineerd. Ik kwam uit op de rode erwtengal, veroorzaakt door Cynips divisa. Een van de stappen die tijdens de determinatie nodig was, is het doorsnijden van de gal om te zien of de gal 1 of 2 kamertjes bevat. Het was er één, en tot mijn verrassing kwam er geen larve uit, maar een insect waarvan de p.m. 5 mm lange vleugeltjes gingen uitstaan. Vliegen deed het nog niet, maar toen ik een aantal minuten later weer keek was het tot mijn verrassing naar het 5-10 cm verderop liggende eikenblad gekropen!
Andere gallen die ik tegenkwam waren de Galnoot, gemaakt door de galwesp Andricus kollari, en een gal die ik determineerde als de plaatjesgal, Neuroterus albipes
Gisteravond heb ik ze met gebruik van het gallenboek van van Leeuwen eens gedetermineerd. Ik kwam uit op de rode erwtengal, veroorzaakt door Cynips divisa. Een van de stappen die tijdens de determinatie nodig was, is het doorsnijden van de gal om te zien of de gal 1 of 2 kamertjes bevat. Het was er één, en tot mijn verrassing kwam er geen larve uit, maar een insect waarvan de p.m. 5 mm lange vleugeltjes gingen uitstaan. Vliegen deed het nog niet, maar toen ik een aantal minuten later weer keek was het tot mijn verrassing naar het 5-10 cm verderop liggende eikenblad gekropen!
Andere gallen die ik tegenkwam waren de Galnoot, gemaakt door de galwesp Andricus kollari, en een gal die ik determineerde als de plaatjesgal, Neuroterus albipes
Herfstbloeiers
Iedereen weet het: het voorjaar is de tijd om van bloemenpracht te genieten.
Toch viel me de afgelopen paar weken bij onze zaterdagse wandeling op dat er eind sptember en tot in de eerste helft van november nog opvallend veel planten bloeien. Voor fotografen zijn er natuurlijk ook nog veel vruchten op de gevoelige plaat, uhh, op het sd-kaartje vast te leggen.
Hier een paar van de vele bloeiende planten die ik in in de genoemde periode in 2010 tegen kwam:
Naast genoemde soorten zie ik nog regelmatig het kaal knopkruid en het bezemkruiskruid in bloei staan.
Toch viel me de afgelopen paar weken bij onze zaterdagse wandeling op dat er eind sptember en tot in de eerste helft van november nog opvallend veel planten bloeien. Voor fotografen zijn er natuurlijk ook nog veel vruchten op de gevoelige plaat, uhh, op het sd-kaartje vast te leggen.
Hier een paar van de vele bloeiende planten die ik in in de genoemde periode in 2010 tegen kwam:
| Stokroos | |
Moederkruid |
Naast genoemde soorten zie ik nog regelmatig het kaal knopkruid en het bezemkruiskruid in bloei staan.
vrijdag, april 22
Park Sonnenburgh
In park Sonnenburgh is Rijswijk bloeit het volop. Sinds mijn vorige bezoekje zijn de narcissen en hyacinthen grotendeels uitgebloeid. Maar dat wil niet zeggen dat de bollentijd over is. De gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) verraste me bij binnenkomst. Ze is gemakkelijk te herkennen aan de zes witte kroonbladen met de groene streep aan de buitenzijde.
Bij de struiken stond de eerste rhododendron met mooie witte bloemtrossen te pronken. Ook de prunus laureacus stond in bloei. Als uitsmijter kwam ik een perkje ruwbladigen tegen. Iets wat op blauwe vergeet-mij-nietjes leek, en symphytum x uplandicum. Deze laatste zie ik in Nederland zelden. De bloemen zijn in knop vorm eerst rood, daarna blauw aan de basis en wit aan het uiteinde. Dat laatst is mijn observatie, De flora van Heukels vernmeld inzake het blauw/wit alleen: deels blauw.
De schichten leken me minder ontwikkeld dan die van de gewone smeerwortel, symphytum officinale, maar misschien komt dat effect gewoon door een kleiner aantal bloemen per schicht.
De bladen zijn zittend en kort aflopend, of kort stengelomvattend, terwijl ze bij de gewone smeerwortel doorlopen tot bij de lagere bladen.
De nederlandse naam is mestal Bastaard smeerwortel of Oplandse smeerwortel. De naam bastaard zegt het al: ze is een kruising tussen de gewone smeerwortel en de ruwe smeerwortel. In het engels staat de plant bekend als 'russian comfrey'. Ze werd in de 50-er jaren ontwikkeld door Lawrence D Hills.
Abonneren op:
Posts (Atom)