zaterdag, juni 30

Westduinpark - eind juni

Het zuiden en midden van het Westduinpark is opnieuw ingericht, en het is hoogtijd om er eens een kijkje te nemen.

Via een grasveld, dat meest gebruikt wordt als hondenuitlaat veldje, gaan we het duin in. Er blijken wandelroutepaaltjes met gekleurde koppen geplaatst te zijn. In en vlaag van genialiteit heeft iemand besloten dat de kleur groen moet zijn. Het zijn paadjes zonder asfalt, gewoon zand, leuk om te lopen. Het gevolg is wel dat op de eerste y-splitsing het groene paaltje ergens tussen de planten is verdwenen en wij een speciaal talent blijken te hebben om de verkeerde tak van de splitsing te kiezen.

Bij de bomen vallen witte abeel en zomereik op. In de struiklaag staan wilde liguster, zwarte vlier, rimpelroos, braam en egelantier in volle bloei. De rimpelroos beschouw ik als een meevaller, hij is toch niet helemaal weg :)

De salomonszegel is uitgebloeid, maar het altijd prachtige slangenkruid bloeit volop. Het opruimen van stikstofrijke grond is niet overal even goed gelukt, want er groeit op een aantal plaatsen volop brandnetel. Kromhals is natuurlijk volop aanwezig, maar dat is geen "mooie plant" om te zien, al is het wel een typische duinplant.

"Mooi zijn" geldt wel voor de doornappel, een uit Noord-Amerika afkomstige plant, die in de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar volop voorkwam en voorkomt, maar die ik nooit in het Westduinpark gezien heb. Deze doornappel komt nu volop voor. (En ondanks de naam 'appel': nee, de vrucht is niet eetbaar! Het is er ook in de verste verte geen familie van. Deze plant profiteert blijkbaar volop van de schoonmaakactie, want ze doet het in dit duingedeelte prima.

Andere bloeiende kruiden zijn het teer guichelheil en de overblijvende ossentong.



zaterdag, juni 23

Windsborner Kratersee

We rijden met de auto naar de Windsborner Kratersee. Deze ligt vlak bij het eerder bezochte Maar, maar de wandelpaden lopen deels langs de autowegen, iets wat we niet zo lekker vinden.

De parkeerplaats is goed aangegeven. Vlak bij de Kratersee is een Maar, en we besluiten hier eerst de uitgezette rondwandeling te maken. Het Maar staat vrijwel droog, en is een niet toegankelijk natuurgebied. Het rondwandelpad houdt een voorzichtige afstand. Wel zien we het weideklokje in de weiden aan de buitenzijde van het pad. De licht paarsblauwe bloemen zijn een prachtig gezicht.

Het informatiebord bij de toegang tot de krater meldt dat er Fieberklee (Waterdrieblad) en Sumpfaugenblut, (wateraardbei) groeit. Het meldt ook dat deze krater, in tegenstelling tot de Maaren, een echte vulkanische krater is. Het water raakte volgens het infobord sterk bemest, en is een aantal jaren geleden geschoond en nu weer voedselarm. Daarom kunnen de genoemde soorten hier groeien.

In het kratermeer treffen we een niet bloeiende plant aan waarvan de bladeren me sterk doen denken aan de Fieberklee. Helaas niet bloeiend. Wel bloeiend, maar lang niet zo opvallend, is de genoemde SumpfAugenblut. Hij heeft de reputatie van zeldzaam, maar we zijn hem vaker tegengekomen en herkennen hem direct.

En voetpad leidt ons netjes rond het kratermeer.  Drie dames die er uitzien als studentes lijken bezig met een inventarisatie. Altijd nuttig. Wanneer ik naar ze toe wil over een stel takken, wijzen ze me snel terecht: dat is geen officieel pad. Ik geef er maar gehoor aan.

We wandelen verder en ontdekken een Nachtorchis, maar het lijkt een kruising te zijn tussen de twee soorten Nachtorchis die we kennen.

Aan het eind van de rondwandeling rond de kratersee eten we een boterham op een bankje. Na een tijdje komen de studentes onze kant uit en ontdekken de nachtorchis. Het is gewoon grappig om te zien hoe ze onmiddellijk zich op de studie van dit plantje storten, exact zoals ik verwacht had. Ze nemen er de tijd voor, maar wandelen uiteindelijk toch verder onze kant uit. Wanneer ze ons willen passeren, vraag ik in mijn beste Duits welke Platanthera ze gezien hebben. Ze bekennen dat ze er niet uitgekomen zijn. Ik ben wel nieuwsgierig welke flora's ze gebruiken: ik heb nog steeds geen goede, handzame flora van Duitsland. Helaas zijn het duidelijk geen biologie studentes: ieder van hen heeft wel een flora, maar ze zijn allemaal van het niveau van mijn "Was bluht den da?".

Na het rondje rond het meer bestijgen we de kraterwand. Hier groeien enkele meer bergachtige soorten, die ik gezien de tijd niet determineer. We willen namelijk nog langs de Wolfsschlucht, die we tegen het eind van de middag ook bereiken.







maandag, juni 18

Meerfelder Maar

Een van de eerste zaken die ik bij een nieuwe camping automatisch bekijk zijn de wilde planten op de camping. Ooit troffen we een camping waar de orchidee├źn rond onze tent groeiden. Bij het opzetten van onze tentjes hebben we er abusievelijk enkele exemplaren geplet.
Zo mooi is Natur-camping Vulkaneifel niet, maar het was wel leuk direct een oude bekende, de bosooievaarsbek, te zien groeien. Wild, en niet aangeplant. De bosooievaarsbek komt in Nederland alleen als verwilderde tuinplant voor, maar in Midden Europa is hij vrij algemeen in de bossen te vinden.

Op de nieuw aangeschafte wandelkaart 1:25000 is een Maar van vulkanische origine te zien, niet ver van de camping: het Meerfeldermaar. Nu we in de Vulkaaneifel zitten is dat natuurlijk DE bestemming. We verlaten de camping aan de achterzijde, en volgen een breed bospad naar beneden. Het bos is gemengd, met verschillende loof- en naaldbomen.

Het pad komt uit op de lokale doorgaande weg. Langs de rand van de weg lopen we verder, en verschillende passerende autos wijken netjes voor ons uit. Typisch Duits: aangegeven wandelroutes voeren langs doorgaande autowegen, er is geen trottoir, wandelaars wandelen op de openbare doorgaande weg, en automobilisten wijken netjes en waar mogelijk weid uit.

In de berm groeide vooral braam, een gele composiet, en grote muur. De bosanemoontjes zijn uitgebloeid. En dan, in de berm van de autoweg, opeens een steenbreek. Hij komt me heel bekend voor, maar welke is het? Na diep spitten in het geheugen komt het bovendrijven: rondbladige steenbreek, saxifraga rotundifolia. Maar is het die ook? Ergens is er iets vreemds. De meegenomen Nederlandse flora geeft daar geen antwoord op. Dat wordt fotograferen en bij de tent opzoeken.

Even verderop gaat de route verder over een pad dat de weg min of meer op afstand volgt. Een half uurtje later zijn we bij het Meerfelder Maar. Een informatiebord vertelt dat een maar door lava en stoom is ontstaan, en een krater door een lava uitbarsting. Een pad voert rondom het meer, een gedeelte is "naturschutzgebied". Typisch Duits: een bordje is voldoende om iedereen weg te houden. Het beschermde deel bestaat uit veenachtig gebied, waarin ik van afstand een Kluwenklokje meen te herkennen. Verder is het Maar een beetje teleurstellend: weinig bijzondere planten. Wel loopt rondom het Maar iets van een kraterhelling. Dat geeft het leuke gevoel toch in een krater te zijn geweest.

Via een iets andere route keren we naar de tent terug.

Bij de tent zoeken in de meegebrachte flora's. Er blijkt een steenbreek soort te zijn die overeenkomstige bladeren heeft: de Knolsteenbreek. Die zou echter, trouw aan zijn naam, kleine knolletjes vlak boven of onder de grond moeten hebben. Dus terug naar de bocht in de weg. Inspectie van enkele plantjes levert in ieder geval geen bovengrondse knolletjes. Onder de grond dan? De grond is hier uiterst los humeus, en wroeten leidt hier al snel tot beschadiging van wortels en dus plant. Voor een Paardenbloem lig ik daar niet wakker van, maar bij zeldzamere planten ben ik daar van nature terughoudend mee. Toch maar voorzichtig bij een ervan proberen: inderdaad zie ik enkele 2 of 3 mm kleine wit/lichtbruine korreltjes, die bij de plant lijken te horen. Helemaal zeker is het niet, want de meegebrachte flora's beschrijven de knolletjes niet.

zaterdag, juni 2

Maandag 2e pinksterdag.
Vandaag alleen een korte ochtendwandeling door het hellingbos op de Keuterberg. Een esdoorn heeft een paar interessante gallen. Thuis gekomen blijken het de gallen van de mannelijke galwespen pediaspis aceris te zijn. De lichtgekleurde bolvormige gallen zitten zowel op de bladschijf als op de bladsteel. Doctor val Leeuwens gallenboek meldt dat deze algemeen is in Zuid Limburg, en dat de vrouwtjes gallen op de wortels leven. Zo diep heb ik niet gezocht.

's middags rijden we naar de vulkaaneifel. De route voert door Belgie. De snelweg bij Francorchamps is doorgetrokken, niet in reparatie, dus we hoeven niet over het racecircuit te rijden. Jos wint de weddenschap.

Het is altijd grappig om te zien hoe in Belgie de taalstrijd in de oostkantons nog altijd volop gaande is. In het franstalige deel staan de plaatsnamen alleen in het frans op de borden. In het duitstalige deel zijn de verkeersborden tweetalig, maar 'vandalen' hebben het frans zo veel mogelijk weggelakt.

Voor ons rijdt een Belgische camper richting Duitsland. We naderen de grens, het bord met de grensaankondiging lijkt een lichte aarzeling te weeg te brengen en ik ben wat extra alert. Dan passeren we de grens met de bondsrepubliek. Blijkbaar paniek in de belgische camper: wat? naar het buitenland? dat wat toch niet met moeder de vrouw afgesproken? Ondanks tegemoet komen verkeer trapt de camper stevig op de rem, passeert de middenkolom van een viaduct, en dwars over de verdrijfstrepen en de doorgestrokken streep op deze doorgaande weg keert de camper resoluut terug naar het vertrouwde Belgie.

vrijdag, juni 1

Wijlre (2)

Zondagmorgen missen we helaas de kerkdienst: we zijn op tijd in Vaals, maar de kerkdienst blijkt niet in Vaals maar in Gulpen te zijn. Wanneer we daar aankomen is de dienst reeds begonnen.

Op zondagmiddag maken we een tweede wandeling. Eerst langs de Geul, door Engwegen verder noordelijk en via enkele landwegen naar Schin op Geul.

Het is druk met wandelaars. Onderweg komt ons een rally van klassieke auto's tegemoet. In Schin op Geul spelen twee fanfare korpsen. Vandaar rondom de Sousberg, en via andere landwegen terug naar boerderij Berghof. Onderweg zien we enkele buizerds in de lucht cirkelen. De dodemansweg brengt ons van deze boerderij terug naar de camping. Deze laatste weg heeft een floristisch interessante berm, met veel bloemen, waaronder ratelaar en grote klaproos.

Wijlre

Op zaterdagmiddag, na het uitzenden van de huwelijksinzegening van Anne Eva Zwaanswijk, vertrekken we met de auto naar het zuiden.
Omdat het inmiddels bijna half 3 is, wordt de afstand naar de zuidelijke Ardennen of de Vulkaaneifel te ver om nog op de bonne fooi vandaag te doen. We hadden hier al rekening mee gehouden, en op voorhand een camping uitgezocht: de Gronselenput bij Wijlre. Wanneer we ons daar om 6 uur melden, is er nog 1 plekje voor een kleine bungalowtent over.

Die avond maken we een korte wandeling, de "groene paaltjes route", die ik ooit als camping wandeling beschreven heb. Diezelfde avond lopen we de wandeling een keer. Destijds liepen we de wandeling in april, nu is het eind mei. De flora is dan ook anders. Destijds was op het eerste deel, een holle weg, de gele dovenetel de belangrijkste bloeiende plant. De gele dovenetel bloeit nog steeds, maar heeft nu gezelschap van zijn witte broertje, de witte dovenetel. Hiernaast bloeit de brandnetel, een wikke en vrouwenmantel.

Het stuk weg op de berg heeft nu de ruige weegbree en echte kamille in bloei staan. Deze laatste mag dan algemeen zijn, de ruige weegbree is dat beslist niet. In het dorp Engwegen is niets veranderd. Het smalle wandelpad langs de Geul, dat direct terug naar de camping voert, levert geen verrassingen. Dat laatste geldt ook voor het wandelpad, dat direct door het Keutenbos voert. Dit bos is een klassiek Limburgs hellingbos. De vorige keer kwam ik er een mooie Purperorchis tegen. Dit keer staat de salomonszegel in bloei; eigenlijk loopt de bloei al op zijn einde, het eerste begin van de vruchten zijn al zichtbaar.