vrijdag, oktober 5

Zondagmiddagwandeling

Na een kerkdienst in het plaatselijke kerkje over de schatten op aarde (het is kreiserntedankfest, iets wat overal in de omgeving met borden langs de weg staat aangekondigd) maken we 's middags een nieuwe wandeling, ditmaal een wat kortere, door het bos achter het park.

Deze wandeling is gelukkig droog, al zorgt de algeheel grijze lucht er wel voor dat het aantal mooie foto's beperkt blijft. Opnieuw zijn de paddestoelen de winnaars. De geschubde inktzwam komt op het feriendorf voor, maar onderweg treffen we een bijzonder mooi wit exemplaar.

In de struiklaag treffen we een wolfskers met nog 1 bloempje. In Nederland moet die ook voorkomen, al ben ik hem daar nog nooit tegengekomen. De naam bij de gele distel van gisteren komt nu ook boven: Moesdistel. Andere nog bloeiende planten zijn een andoorn, vermoedelijk de bosandoorn, de hennepnetel, en opnieuw het grasklokje.

Himmelsberg

Zaterdag 29 september.

Gistermiddag kwamen we aan in Oefingen, op de grens tussen Zwarte Woud en Schwabische Alpen. Het Feriendorf ligt op zo'n 800 meter hoogte. Dat klinkt leuk, maar de Schwabische Alp lijkt me een dallandschap. Het landschap ligt overal op zo'n 800 meter hoogte, en de dalen zorgen voor de grootste hoogteverschillen - naar beneden.

Vanuit het vakantiehuisje hebben we een mooi uitzicht over het Donaudal, als is dat 's ochtends deels in de laaghangende bewolking verborgen.

De wandelkaart die we die 's ochtends gekocht hebben, laat in de buurt een bergtop zien: de Himmelsberg. Iets meer dan 900 meter. Het miezert iets, maar daar trekken we ons niets van aan. We hebben geen huisje geboekt om binnen naar de miezer te gaan zitten staren.

De route voert ons vanaf het Feriendorf langs de weg naar Rotweil, en vandaar een geasfalterde landweg op richting Himmelsberg. Hier is het even zoeken, maar al snel vinden we een wegwijzer naar de Himmelsberg, over een grintweg tussen de akkers door.

De flanken van de berg - zo'n 50 meter boven het omringende land uitstekend - zijn begroeid met bos. Verschillende paddenstoelen sieren het aarden bospad. Enkele grasklokjes staan buiten het seizoen nog in bloei. Op een hoek staat een gele distel waarvan de naam me niet te binnen wil schieten. Het is te nat voor mooie foto's. Enfin, ik kom hem nog wel een keer tegen.

Al wandelend de berg op wordt duidelijk waar de naam Himmelsberg vandaan komt: hoe dichter we bij de top komen, des te kwisteger worden de wolken met hun hemelwater.

Op de top is een aardig uitzicht, een hut, en een bezoekerslogboek waar we wat in schrijven. Op de terugweg valt het oog van mijn vrouw op een paar gele bloemen. Een kruiskruid. Opnieuw is het te nat voor foto's of determinatie. Terug naar het huisje voor droge kleren.

zaterdag, september 22

Westduinpark - eind september

Voor de najaarsvakantie heb ik het paddesteoelenboek in plaats van de flora klaar gelegd, maar vanmiddag bleek er in het Westduinpark nog aardig wat te bloeien. De bloeiende plamnten beperkten zich niet alleen tot de bekende late bloeiers zoals bezemkruiskruid, zandkool en rimpelroos. Ook keizerskaars, slangekruid, zeepkruid en zeeraket stonden volop in bloei. Tot onze verrassing zagen we ook verschillende vlinders zoals kleine vos, koolwitje en kleine vuurvlinder. Ge combineerd met een lekker najaarszonnetje was het de moeite waard om er even uit te gaan.

zaterdag, augustus 11

Krimpenerwaard

We ontvangen iedere maand het tijdschrift van "Zuid-Hollands Landschap", en vaak zit daar een wandelroute in. Deze maand was er niet alleen een wandelroute, maar ook een wandelkaart van de Krimpenerwaard. Voor wie net als ik zich afvraagt waar dat ligt, het is Tussen Gouda, Rotterdam en de Alblasserwaard.

We besluiten onze eigen route uit te zetten en kiezen als startpunt op de kaart een van de vele dagcamping symbolen op een zijweg bij Stolwijk. Ter plaatse aangekomen blijkt die onvindbaar. Dat geld ook voor de volgende. We rijden door en vinden een parkeerplaats, eigenlijk een carpoolplaats. Enfin, de auto kan er staan en vlak erbij begint een wandelroute: vanuit het oosten door het Loetbos.

Het bos lijkt me een 'elzenbroekbos': veel zwarte els, maar wat minder berk dan ik gewend ben. Ook een aantal bomen die ik niet direct herken. Wel veel water, en de bijbehorende kruiden: grote kattenstaart met zijn aar van prachtig paarse bloemen, harig wilgenroosje, lisdodde, riet, reuzenbalsemien en watermunt.

Het wandelpad zou volgens de kaart een fietspad moeten kruisen, echter op de een of andere manier missen we dit tussen alle smalle grintpaden. Pas ter hoogte van Oudeland buigen we naar het noorden af. We volgen nu de lange afstand wandelroute grote rivierenpad. We kruisen het westeinde. Hier kunnen we via berkenwouden naar de auto terug, maar we besluiten het LAW verder naar het noorden te volgen over het fietspad. Volgens de kaart moeten we dan rechtsaf het water kunnen oversteken naar de berkenwoudse driehoek.

We verrassen twee keer een zwaan met grote jongen en papa zwaan begint direct boos te sisen als hij ons ontdekt. Het is hier echt rusig, de uitzichten zijn weids.

In de vaart langs het fietspad groeit kroos, en af en toe wat gele plomp, riet en kattenstaart. Na enige tijd valt mijn oog op eenw aterplantje dat ik niet ken. Wat plaatjes vergelijken in Tirions 'nieuwe bloemengids' wekt de indruk dat het kikkerbeet is. Leuk. Helaas is de afstand iets te groot om de Heukels te gebruiken.

Na 2 km wandelen langs de vaart blijkt de oversteek niet mogelijk waar ik het in gedachten had. Opnieuw de kaart bestuderen: ja, anderhalve kilometer verder zou het wel moeten kunnen. Maar dan zou er aan de overkant een pad moeten lopen. Maar daar lopen de koeien direct langs de vaart. Dat zou dan een pad door het weiland zijn. Het kan, maar ik heb wel twijfels. We zijn inmiddels zo'n twee uur onderweg, en om straks nog op andere onverwachte blokkades te stuiten....
We besluiten naar de kruising met het westeinde terug te lopen, en dan door Berkenwoude terug te keren. Op de terugweg valt mijn oog op de zwanebloem, een prachtige bloem.

Via Berkenwoude bereiken we de weg waarlangs we via het fietspad terugkeren naar de parkeerplaats.

zaterdag, juli 28

Westduinpark - noordpunt

Verdere verslaglegging vanuit Italie ging niet - ik werkte met een oude laptop van Margreet, en helaas begaf de voeding het.

Vanmiddag hebben we even een korte wandeling door de noordpunt van het westduinpark gemaakt. Aan dit gedeelte is nog niets heringericht, en er groeien de mooiste duinplanten.

Hier een korte fotoselectie. Er was geen of weinig zon, dus geen ideaal fotoweer voor bloemen.
Akkerwinde
Jacobskruiskruid
Blauwe zeedistel
Kruipend stalkruid
Koningskaars
Zeewinde

zaterdag, juli 14

Vandaag hebben we opnieuw het pad op de berg tegenover de camping Campo Base genomen. Ditmaal sloegen we halverwege rechtsaf richting Chiappera. Dit pad is aanmerkelijk minder goed aangegeven en onderhouden. Af en toe verdwijnt het pad vrijwel. Floristisch is het mooi: naast de al eerder waargenomen allium rotundum zien we nu de anacamptis pyramidalis. Die laatste is wel iets wat nog even op de flora italica gecontroleerd moet worden – de flora helvetica kan niet zo maar vertrouwd worden. Ook in het dorp, waar het pad uitkomt, staat het pad niet aangegeven. In het dorp komen we uit bij het kerkje. Tegenover dit weggetje volgen we het pad met de aanduiding 'miniera', oftewel mijn. Een zijpad leidt naar de mijn, maar dat is te veel klimwerk. Het pad leidt verder door het bos en over half open vlaktes. Centrathus angustifulius is daar inmiddels een bekende. Via de grintweg terug naar de camping.

zaterdag, juni 30

Westduinpark - eind juni

Het zuiden en midden van het Westduinpark is opnieuw ingericht, en het is hoogtijd om er eens een kijkje te nemen.

Via een grasveld, dat meest gebruikt wordt als hondenuitlaat veldje, gaan we het duin in. Er blijken wandelroutepaaltjes met gekleurde koppen geplaatst te zijn. In en vlaag van genialiteit heeft iemand besloten dat de kleur groen moet zijn. Het zijn paadjes zonder asfalt, gewoon zand, leuk om te lopen. Het gevolg is wel dat op de eerste y-splitsing het groene paaltje ergens tussen de planten is verdwenen en wij een speciaal talent blijken te hebben om de verkeerde tak van de splitsing te kiezen.

Bij de bomen vallen witte abeel en zomereik op. In de struiklaag staan wilde liguster, zwarte vlier, rimpelroos, braam en egelantier in volle bloei. De rimpelroos beschouw ik als een meevaller, hij is toch niet helemaal weg :)

De salomonszegel is uitgebloeid, maar het altijd prachtige slangenkruid bloeit volop. Het opruimen van stikstofrijke grond is niet overal even goed gelukt, want er groeit op een aantal plaatsen volop brandnetel. Kromhals is natuurlijk volop aanwezig, maar dat is geen "mooie plant" om te zien, al is het wel een typische duinplant.

"Mooi zijn" geldt wel voor de doornappel, een uit Noord-Amerika afkomstige plant, die in de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar volop voorkwam en voorkomt, maar die ik nooit in het Westduinpark gezien heb. Deze doornappel komt nu volop voor. (En ondanks de naam 'appel': nee, de vrucht is niet eetbaar! Het is er ook in de verste verte geen familie van. Deze plant profiteert blijkbaar volop van de schoonmaakactie, want ze doet het in dit duingedeelte prima.

Andere bloeiende kruiden zijn het teer guichelheil en de overblijvende ossentong.



zaterdag, juni 23

Windsborner Kratersee

We rijden met de auto naar de Windsborner Kratersee. Deze ligt vlak bij het eerder bezochte Maar, maar de wandelpaden lopen deels langs de autowegen, iets wat we niet zo lekker vinden.

De parkeerplaats is goed aangegeven. Vlak bij de Kratersee is een Maar, en we besluiten hier eerst de uitgezette rondwandeling te maken. Het Maar staat vrijwel droog, en is een niet toegankelijk natuurgebied. Het rondwandelpad houdt een voorzichtige afstand. Wel zien we het weideklokje in de weiden aan de buitenzijde van het pad. De licht paarsblauwe bloemen zijn een prachtig gezicht.

Het informatiebord bij de toegang tot de krater meldt dat er Fieberklee (Waterdrieblad) en Sumpfaugenblut, (wateraardbei) groeit. Het meldt ook dat deze krater, in tegenstelling tot de Maaren, een echte vulkanische krater is. Het water raakte volgens het infobord sterk bemest, en is een aantal jaren geleden geschoond en nu weer voedselarm. Daarom kunnen de genoemde soorten hier groeien.

In het kratermeer treffen we een niet bloeiende plant aan waarvan de bladeren me sterk doen denken aan de Fieberklee. Helaas niet bloeiend. Wel bloeiend, maar lang niet zo opvallend, is de genoemde SumpfAugenblut. Hij heeft de reputatie van zeldzaam, maar we zijn hem vaker tegengekomen en herkennen hem direct.

En voetpad leidt ons netjes rond het kratermeer.  Drie dames die er uitzien als studentes lijken bezig met een inventarisatie. Altijd nuttig. Wanneer ik naar ze toe wil over een stel takken, wijzen ze me snel terecht: dat is geen officieel pad. Ik geef er maar gehoor aan.

We wandelen verder en ontdekken een Nachtorchis, maar het lijkt een kruising te zijn tussen de twee soorten Nachtorchis die we kennen.

Aan het eind van de rondwandeling rond de kratersee eten we een boterham op een bankje. Na een tijdje komen de studentes onze kant uit en ontdekken de nachtorchis. Het is gewoon grappig om te zien hoe ze onmiddellijk zich op de studie van dit plantje storten, exact zoals ik verwacht had. Ze nemen er de tijd voor, maar wandelen uiteindelijk toch verder onze kant uit. Wanneer ze ons willen passeren, vraag ik in mijn beste Duits welke Platanthera ze gezien hebben. Ze bekennen dat ze er niet uitgekomen zijn. Ik ben wel nieuwsgierig welke flora's ze gebruiken: ik heb nog steeds geen goede, handzame flora van Duitsland. Helaas zijn het duidelijk geen biologie studentes: ieder van hen heeft wel een flora, maar ze zijn allemaal van het niveau van mijn "Was bluht den da?".

Na het rondje rond het meer bestijgen we de kraterwand. Hier groeien enkele meer bergachtige soorten, die ik gezien de tijd niet determineer. We willen namelijk nog langs de Wolfsschlucht, die we tegen het eind van de middag ook bereiken.







maandag, juni 18

Meerfelder Maar

Een van de eerste zaken die ik bij een nieuwe camping automatisch bekijk zijn de wilde planten op de camping. Ooit troffen we een camping waar de orchidee├źn rond onze tent groeiden. Bij het opzetten van onze tentjes hebben we er abusievelijk enkele exemplaren geplet.
Zo mooi is Natur-camping Vulkaneifel niet, maar het was wel leuk direct een oude bekende, de bosooievaarsbek, te zien groeien. Wild, en niet aangeplant. De bosooievaarsbek komt in Nederland alleen als verwilderde tuinplant voor, maar in Midden Europa is hij vrij algemeen in de bossen te vinden.

Op de nieuw aangeschafte wandelkaart 1:25000 is een Maar van vulkanische origine te zien, niet ver van de camping: het Meerfeldermaar. Nu we in de Vulkaaneifel zitten is dat natuurlijk DE bestemming. We verlaten de camping aan de achterzijde, en volgen een breed bospad naar beneden. Het bos is gemengd, met verschillende loof- en naaldbomen.

Het pad komt uit op de lokale doorgaande weg. Langs de rand van de weg lopen we verder, en verschillende passerende autos wijken netjes voor ons uit. Typisch Duits: aangegeven wandelroutes voeren langs doorgaande autowegen, er is geen trottoir, wandelaars wandelen op de openbare doorgaande weg, en automobilisten wijken netjes en waar mogelijk weid uit.

In de berm groeide vooral braam, een gele composiet, en grote muur. De bosanemoontjes zijn uitgebloeid. En dan, in de berm van de autoweg, opeens een steenbreek. Hij komt me heel bekend voor, maar welke is het? Na diep spitten in het geheugen komt het bovendrijven: rondbladige steenbreek, saxifraga rotundifolia. Maar is het die ook? Ergens is er iets vreemds. De meegenomen Nederlandse flora geeft daar geen antwoord op. Dat wordt fotograferen en bij de tent opzoeken.

Even verderop gaat de route verder over een pad dat de weg min of meer op afstand volgt. Een half uurtje later zijn we bij het Meerfelder Maar. Een informatiebord vertelt dat een maar door lava en stoom is ontstaan, en een krater door een lava uitbarsting. Een pad voert rondom het meer, een gedeelte is "naturschutzgebied". Typisch Duits: een bordje is voldoende om iedereen weg te houden. Het beschermde deel bestaat uit veenachtig gebied, waarin ik van afstand een Kluwenklokje meen te herkennen. Verder is het Maar een beetje teleurstellend: weinig bijzondere planten. Wel loopt rondom het Maar iets van een kraterhelling. Dat geeft het leuke gevoel toch in een krater te zijn geweest.

Via een iets andere route keren we naar de tent terug.

Bij de tent zoeken in de meegebrachte flora's. Er blijkt een steenbreek soort te zijn die overeenkomstige bladeren heeft: de Knolsteenbreek. Die zou echter, trouw aan zijn naam, kleine knolletjes vlak boven of onder de grond moeten hebben. Dus terug naar de bocht in de weg. Inspectie van enkele plantjes levert in ieder geval geen bovengrondse knolletjes. Onder de grond dan? De grond is hier uiterst los humeus, en wroeten leidt hier al snel tot beschadiging van wortels en dus plant. Voor een Paardenbloem lig ik daar niet wakker van, maar bij zeldzamere planten ben ik daar van nature terughoudend mee. Toch maar voorzichtig bij een ervan proberen: inderdaad zie ik enkele 2 of 3 mm kleine wit/lichtbruine korreltjes, die bij de plant lijken te horen. Helemaal zeker is het niet, want de meegebrachte flora's beschrijven de knolletjes niet.

zaterdag, juni 2

Maandag 2e pinksterdag.
Vandaag alleen een korte ochtendwandeling door het hellingbos op de Keuterberg. Een esdoorn heeft een paar interessante gallen. Thuis gekomen blijken het de gallen van de mannelijke galwespen pediaspis aceris te zijn. De lichtgekleurde bolvormige gallen zitten zowel op de bladschijf als op de bladsteel. Doctor val Leeuwens gallenboek meldt dat deze algemeen is in Zuid Limburg, en dat de vrouwtjes gallen op de wortels leven. Zo diep heb ik niet gezocht.

's middags rijden we naar de vulkaaneifel. De route voert door Belgie. De snelweg bij Francorchamps is doorgetrokken, niet in reparatie, dus we hoeven niet over het racecircuit te rijden. Jos wint de weddenschap.

Het is altijd grappig om te zien hoe in Belgie de taalstrijd in de oostkantons nog altijd volop gaande is. In het franstalige deel staan de plaatsnamen alleen in het frans op de borden. In het duitstalige deel zijn de verkeersborden tweetalig, maar 'vandalen' hebben het frans zo veel mogelijk weggelakt.

Voor ons rijdt een Belgische camper richting Duitsland. We naderen de grens, het bord met de grensaankondiging lijkt een lichte aarzeling te weeg te brengen en ik ben wat extra alert. Dan passeren we de grens met de bondsrepubliek. Blijkbaar paniek in de belgische camper: wat? naar het buitenland? dat wat toch niet met moeder de vrouw afgesproken? Ondanks tegemoet komen verkeer trapt de camper stevig op de rem, passeert de middenkolom van een viaduct, en dwars over de verdrijfstrepen en de doorgestrokken streep op deze doorgaande weg keert de camper resoluut terug naar het vertrouwde Belgie.

vrijdag, juni 1

Wijlre (2)

Zondagmorgen missen we helaas de kerkdienst: we zijn op tijd in Vaals, maar de kerkdienst blijkt niet in Vaals maar in Gulpen te zijn. Wanneer we daar aankomen is de dienst reeds begonnen.

Op zondagmiddag maken we een tweede wandeling. Eerst langs de Geul, door Engwegen verder noordelijk en via enkele landwegen naar Schin op Geul.

Het is druk met wandelaars. Onderweg komt ons een rally van klassieke auto's tegemoet. In Schin op Geul spelen twee fanfare korpsen. Vandaar rondom de Sousberg, en via andere landwegen terug naar boerderij Berghof. Onderweg zien we enkele buizerds in de lucht cirkelen. De dodemansweg brengt ons van deze boerderij terug naar de camping. Deze laatste weg heeft een floristisch interessante berm, met veel bloemen, waaronder ratelaar en grote klaproos.

Wijlre

Op zaterdagmiddag, na het uitzenden van de huwelijksinzegening van Anne Eva Zwaanswijk, vertrekken we met de auto naar het zuiden.
Omdat het inmiddels bijna half 3 is, wordt de afstand naar de zuidelijke Ardennen of de Vulkaaneifel te ver om nog op de bonne fooi vandaag te doen. We hadden hier al rekening mee gehouden, en op voorhand een camping uitgezocht: de Gronselenput bij Wijlre. Wanneer we ons daar om 6 uur melden, is er nog 1 plekje voor een kleine bungalowtent over.

Die avond maken we een korte wandeling, de "groene paaltjes route", die ik ooit als camping wandeling beschreven heb. Diezelfde avond lopen we de wandeling een keer. Destijds liepen we de wandeling in april, nu is het eind mei. De flora is dan ook anders. Destijds was op het eerste deel, een holle weg, de gele dovenetel de belangrijkste bloeiende plant. De gele dovenetel bloeit nog steeds, maar heeft nu gezelschap van zijn witte broertje, de witte dovenetel. Hiernaast bloeit de brandnetel, een wikke en vrouwenmantel.

Het stuk weg op de berg heeft nu de ruige weegbree en echte kamille in bloei staan. Deze laatste mag dan algemeen zijn, de ruige weegbree is dat beslist niet. In het dorp Engwegen is niets veranderd. Het smalle wandelpad langs de Geul, dat direct terug naar de camping voert, levert geen verrassingen. Dat laatste geldt ook voor het wandelpad, dat direct door het Keutenbos voert. Dit bos is een klassiek Limburgs hellingbos. De vorige keer kwam ik er een mooie Purperorchis tegen. Dit keer staat de salomonszegel in bloei; eigenlijk loopt de bloei al op zijn einde, het eerste begin van de vruchten zijn al zichtbaar.

maandag, mei 21

vrijdag - 3 wandelingen

In de ochtend proberen we een wandelkaart te kopen in Zuid-Laren. Er is geen VVV, alleen een Tourist Information in een bijouterijen zaak. Die is nog gesloten. De tijdschriftenhandel bij het postkantoor is wel geopend maar verkoopt geen wandelkaarten. Nog niet, maar we zijn niet de eersten die er om vragen en de verkoopster gaat ze bestellen.

Jos stelt voor om bij een bezoekersstation van Staatsbosbeheer een wandelkaart te kopen. We rijden via Oudemoolen, een plaats die toch al op ons verlanglijstje stond, omdat die was aangeraden door een goede wikivriend, Marco Roepers. Al rijdend spot Teun een aantal orchideen in het natte grasland langs de weg. Bij een parkeerplaats stallen we de auto, en maken een prachtige wandeling. Het grasland is evenals bij Zeegse niet echt schraal, maar wel nat. Planten als brandnetel wijzen er op dat er nog een ruime hoeveelheid stikstof in de bodem aanwezig is. Maar de boterbloemen bloeien fantastisch, evenals de pinksterbloemen, de rietorchissen, de dotterbloemen, de echte koekoeksbloemen en de ratelaars.

De route die we kiezen voert ons ook door een stuk bos, waar Teun er eindelijk in slaagt het Dalkruid te fotograferen. Ooit hadden we die in een bos op de Veluwe gezien langs een beekje, maar de plek was dermate donker dat een goede foto niet mogelijk was. Plantenfoto's met flitslicht zijn meestal een slecht idee. Ook hier is het lastig, thuis het resultaat afwachten (blijkt nog steeds niet goed te zijn, helaas)

Het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer in Anloo was even zoeken, uiteindelijk blijkt het vlak voor de parkeerplaats te zijn, terwijl de bordjes er voorbij suggereren. Goed verzorgd gebouwtje en informatie.
We nemen een foldertje mee met wandelroutes, wandelkaarten worden ook hier niet verkocht.

's Middags lopen we de route uit het foldertje die langs onze camping loopt. Helaas blijkt deze het toppunt van saaiheid te zijn. Wanneer ze de route een klein stukje verleggen, langs de veenplassen, zou de route al een stuk interessanter zijn. Het lekkere zonnetje maakt echter veel goed. Ook zien we verschillende vlinders: oranjetipje, klein geaderd witje en een zandoogje.

's Avonds maken we nog een klein wandelingetje, door het verschraalde weiland vlak bij de camping. Helaas zijn de meeste bloemen al dicht. Ook hier valt op dat het verschralen nog wel de nodige jaren zal vergen. Er groeien op verschillende plaatsen brandnetels en dagkoekoeksbloemen. Helemaal verwonderlijk is dat niet: het gewone, 'bemeste' weiland ligt iets hoger en mest zal dus uiteindelijk doorsijpelen. 's Avonds begint het te miezeren, en doen we een spelletje scrabble in de tent. We besluiten zaterdagochtend te vertrekken.

Hemelvaartsdag - 2e wandeling

Na een kerkdienst in Zuid-Laren, met een leuke toelichting op de geschiedenis van het oude dorpskerk gebouw door de plaatselijke geschiedenisleraar, nemen we een kijkje bij een informatiecentrum van Staatsbosbeheer. Dat centrum blijkt uit een parkeerplaats en een informatiezuil te bestaan. Thuis had ik al gelezen dat de brede orchis in dit gebied zou voorkomen; de informatiezuil meldt dat ook beenbreek hier groeit. Mooi!

We besluiten vanaf de camping het bosgebied achter de camping in te trekken. Links ligt het verschralende weiland dat we gisteravond ook zagen. Op een kruising slaan we rechtsaf. De zandweg waarop we nu komen blijkt de HoofdWandelRoute van alle HemelvaartsdagWandelaars te zijn. En dat zijn er aardig wat, druk dus! En terecht, want het is lekker wandelweer.

Links van de zandpad loopt het Schipborgsediep, met een ruime bloemenweide tussen pad en beek. Het is duidelijk een van de weilanden waar Staatsbosbeheer bewust verschralingsbeheer uitvoert: een rijke bloemenzee. Een bordje waarschuwt: kwetsbaar gebied - verboden toegang. Helaas. Verderop slaan we rechtsaf; eerst tussen de bemeste weilanden door en dan het bos in.

Nadat we een fietspad verlaten en een zandweg inslaan, wordt het een stuk rustiger. Hier treffen we een heel ander milieu aan: veel zomereik, geoorde helmbloem, lelietje van dalen, kruipend zenegroen, rankende helmbloem, en veel, heel veel roze winterpostelein. Een uit Noord-Amerika overgekomen plantensoort, die het hier uitstekend doet. Ik ken het plantje wel uit Haagse parken, maar heb het nooit zo massaal zien voorkomen als hier. Het is dat het plantje zo vrolijk kleur aan het bos geeft, anders zou ik het een invasieve soort noemen.

Het laatste stukje wandeling is langs het Siepelveen. Hier groeit de wilde gagel in de plas, helaas slecht fotografeerbaar zonder telelens. Een libel, misschien een vuurjuffer, wil wel op de foto. Tot slot wandelen we door de heide. Een gele verfbrem is een laatste leuke vondst. Het was een wandeling met heel verschillende milieus: Veen, bos, moeras en heide. Vermoeid en voldaan komen we bij de tent terug.

Zeegser loopje - woensdag 16 mei

Na twee campings te hebben afgekeurd vanwege hun ligging bij een doorgaande weg, en dus geluidsoverlast, vinden we een camping waar het redelijk rustig is: camping 't Stroomdal in Zeegse. Rustig in tweerlei opzicht: weinig achtergrond lawaai en weinig gasten. De reden voor dat laatste is dat de camping te koop staat, voor 750.000 euro bent u de eigenaar.

Na een leuke etentje maken we nog een korte avondwandeling. Schuin tegenover de camping begint een fietspad dat het weiland in leidt. Rechts is een "monument" voor aardstralen, energiebanen en ander spul van nullerlei biologische waarde en nog lager wetenschappelijke gehalte.

Het fietspad voert ons tussen twee bomen annex struikenrijen door, leidt ons over een beekje (later leren we dat dit het Zeegser loopje is) en maakt een bocht. De bomen en struiken zijn gevarieerd, envenals de kruidlaag, waarin ik onder andere grote muur herken. Die variantie ziet er goed uit :)

Even verder, bij een tweede bocht, begint een voetpad dat het weiland in loopt. Dit weiland ziet er uit alsof het of slecht onderhouden wordt, of verschraald wordt door Staatsbosbeheer. Een vriendelijk bordje van de laatste meldt ons dat we vrij toegang hebben. Het wordt al donker, dus we keren terug naar de tent.

vrijdag, april 27

Hoek van Holland

Met op zaterdag veel regen in het vooruitzicht, besluiten we de vrijdagmiddag en zaterdagmiddag om te draaien. Onze nieuwe auto - net vanochtend bij de garage opgehaald - brengt ons probleemloos naar Hoek van Holland.

Bij Hoek van Holland is een redelijk duingebied, wat echter snel versmalt tot een zeereep, die pas bij Wateringen/Kijkduin weer breder wordt. We parkeren de auto op de "strandboulevard", en duiken de duinen in richting zee. Een natte plas is afgezet met hek. Rechts leidt een smal paadje het struweel in, over enkele boomstronken heen. Is dat een nieuwe manier om grote grazers te beperken? Als dat zo is, is het wel inventief.

Het is goed te zien dat alles uitloopt: de duindoorn, een struik die ik nog niet kan determineren, en nog veel ander spul. Een boom met katjes loopt ook uit. Het weer is bewolkt, en er zijn een paar donkere luchten te zien.

Een verdwaalde ribes sanguineum is de eerste bloeiende struik die we tegen komen. We wandelen richting strand, over zand en tussen typische duinvegetatie als duindoorn. Een licht begroeide plek blijkt een bloeiend plantje te bevatten. De determinatie kost me meer dan een half uur, en zelfs dan ben ik er niet helemaal zeker van dat het zandhoornbloem is. Wanneer ik bijna klaar ben, merk ik dat er nog een bloeiend plantje tussen groeit: met rode en paarse bloemetjes van ongeveer 1 mm groot. Geen idee wat het is.

Op de terugweg van het strand staat de veldhondstong in bloei. Sommigen hebben de bloemen nog in 1 grote knoppenknoop zitten, anderen tonen de eerste rode en paarse bloemen. Ook de wilde hyacinth heeft een plekje gevonden, net als de voorjaarshelmbloem.

maandag, april 16

De Banjaard en de Alblasserwaard

Familiebezoek splitste onze weekend wandeling op in 2 korte stukjes, om de rit te onderbreken. De eerste stop was bij de Banjaard, een in dit jaargetijde rustig duingebied aan de westpunt van Noord Beveland. Op een praktisch verlaten parkeerplaats offerde ik een halve euro aan de alomtegenwoordige parkeermeter.

De parkeerplaats ligt direct aan de duinen. Bovenop de dijk / het duin woei een frisse wind. Verdwaalde exemplaren van een paardenbloem (vreemd uiterlijk - een duinpaardenbloem?), een klein wit plantje (vroegeling?) en akkerhoornbloem sierden het fietspad dat we overstaken. Aan de zeezijde leidt het pad ons door een vallei met aan twee zijden prikkeldraad. Een informatiebord vertelt dat het duin is afgezet ter willen van de rust voor het broeden van de dwergstern. Die zouden dat hier enkele malen hebben geprobeerd. Ijverig starend probeer ik deze schijnbaar zeldzame vogels te ontdekken. Niets te zien. Gewone huis- tuin en keuken meeuwen en een enkele kraai vliegen rond. Ik besluit dat de dwergsternen de pogingen van de natuurbeschermers blijkbaar niet waarderen en naar elders vertrokken zijn. De leerachtige blaadjes van een mij onbekende plant steken hun kopjes net boven het zand uit.
Even verderop gaan we zitten voor een korte lunch. Heerlijk, die rust. Een grote groep kleine sterns vliegt pal over onze hoofden. Blijkbaar hebben ze toch een plekje gevonden.

Het tweede stukje wandeling is eveneens kort. In de buurt van Oud-Alblas is langs onze route een parkeerplaats. Enkele kippen lopen los rond. Nou enkele - als een vos dit plekje ontdekt gaat die hier nooooooit meer weg. Een voetpad lokt ons de weilanden in. Ordinaire paarse dovenetel, fluitekruid, riet, pinksterbloemen en ander bekend spul domineren. Heerlijke vergezichten met ouderwetse molens. Een eend met 4 jongen vlucht voor ons weg. We zijn 100 meter van de provinciale weg en horen het verkeer niet. Heerlijk. Veel te snel brengt het voetpad ons weer bij de auto terug.

maandag, april 9

Het is een prachtige middag, en er zijn nog een paar uurtjes om een wandeling te maken. De bestemming is opnieuw het Westduinpark. Bij het vorige bezoek zagen we een bloeiende prunus staan, die ik met invallende regen niet wilde gaan staan determineren. Nu is deze prunus ons eerste doel, en een heerlijk zonnetje verleidt tot het eerst maken van foto's. De determinatie is niet simpel.
Grappig hoe, terwijl ik in een flora blader, enkele voorbijgangers het antwoord al weten: 'een meidoorn'. Wanneer ik er op wijs dat de blaadjes niet gelobd zijn, concluderen ze onmiddellijk: en vogelkers. Uiteindelijk kom ik uit bij Kerspruim (Prunus cerasifera), maar heel zeker ben ik er niet van.

Hierna wandelen we door de binnenduinen van het centrale deel van het Westduinpark. Hier zijn al wel nieuwe hekken en bedrading neergezet voor de grote grazers, maar er is nog geen grote schoonmaak gehouden. Hier staat nog niets in bloei, alleen het voorjaarshelmkruid, hoewel de meeste planten nog klein zijn. Ook enkele exemplaren van de wilde hyacinth laten hun eerste bloemetjes zien. Fietsend over de weg langs de rand van het park valt ons oog op iets paars. Het blijkt grote maagdenpalm. Hier groeit ook de hondsdraf in grote getale, vergezeld van speenkruid en judaspenning. Niet echt planten die in de duinen thuis horen. Kijk, het opruimen daarvan lijkt me een prima zaak.

zaterdag, maart 31

Zandmotor

Vandaag hebben we de zaterdagmiddag besteed aan een fietstochtje naar de zandmotor, het kunstmatig opgespoten schiereiland voor de kust van Monster. De bedoeling is dat het hier opgespoten zand zich langzaam verspreid over de zuid-hollandse kust, De zandmotor is nog steeds groot, kaal en verlaten. Ons enige gezelschap waren een paar strandsurfers. Zelfs meeuwen waren er weinig, en de weinige die er waren hadden concurentie van een paar kraaien.

Opvallend genoeg zagen we op de terugweg door de duinen nog een aalscholver: ik had verwacht dat die allang richting noorden vertrokken zouden zijn.
Ook leuk was dat de eerste voorjaarshelmbloemen, hoewel nog klein, soms al wel in bloei stonden. Helaas geen foto, want we hadden toen net het enige buitje.

zaterdag, maart 17

Bolletjes

De zaterdagmiddag wandeling van vandaag was opnieuw in het Westduinpark, dit keer niet in het zuidelijke, maar in het middelste deel, dat nog niet heringericht is. Het was ook een stuk binnenduin waar we eigenlijk weinig komen; binnenduin kent in mijn ervaring wat minder duin-specifieke soorten als de witte en grijze duinen.

Het voelde oud-vertrouwd aan: de rimpelroos loopt uit, evenals verschillende andere struiken, zoals de mahonie. Deze laatste stond ook in bloei. De Mahonie is een struik die hier van oorsprong niet thuis hoort, daarom verwacht ik dat bij de herinrichting deze struik ook met wortel en tak zal worden uitgeroeid. En dit keer zal ik daar geen traan om laten. Dat ligt bij de rimpelroos en de witte abeel toch iets anders: dat zijn struiken/bomen die ik daar als sinds mijn kindertijd, zo'n 50 jaar terug, heb gezien. Hoe ver gaan we terug voor we vinden dat een plant hier thuis hoort? 100 jaar? 400 jaar? In dat laatste geval zijn er nog wel een paar planten op te noemen die er niet thuis horen.

Mijn goede wiki vriend Marco Roepers stelde vragen over de vroegeling, maar die zijn we niet tegengekomen. Nog in het binnenduin, nog op de speelweiden, nog in de buurt van de zeereep. Nergens kleine witte bloemetjes te bekennen. Wel zagen we de Oosterse sterhyacinth in grote getale in bloei staan. De Grote sneeuwroem was wat minder talrijk. Ook deze horen er niet thuis, maar zijn wel feestelijk om te zien. De Wilde hyacinth srtak wel zijn bladen boven de grond, maar voor de bloemen zullen we nog even geduld moeten hebben. Opvallend was dat veel bladen van bolgewassen afgemaaid of afgegraasd leken te zijn. De foto van de sneeuwroem hiernaast hebben dat ook.

zaterdag, maart 10

Westduinpark

De sneeuw is weg, de temperatuur nog laag maar stijgend. Droog, dus ideaal weer voor een wandelingetje. Het zuidelijk deel van het Westduinpark blijkt flink op de schop genomen te zijn. In het kader van het herstel van de 'blanke top der duinen', blanke duinen en andere natuurwaarden is er flink wat kaal duizand boven gebracht. Rimpelroos en sneeuwbes, niet inheemse planten, zijn verwijderd. Daarvan gaat de rimpelroos me wel wat aan het hart: voor mij hoort die onlosmakelijk bij het Westduinpark.
Enfin, het zal uiteeindelijk wel goed uitpakken. Men is al druk bezig hekken te plaatsen voor de schotse hooglanders. Wat bij mij wel de vraag oproept: zijn dat dan geen exoten?

vrijdag, maart 2

Libellenvallei

Een paar weken geleden wilden we weer een stukje in de duinen wandelen: het was koud maar zonnig weer. Door omstandigheden kwamen we uit in Meijendel. Het parkeren was nog niet veranderd, keurig bij de 'boerderij'. Daar waren de wandelroute paaltjes vernieuwd, en we besloten de gele paaltjes te volgen.
De route leidde ons naar de libellen vallei, die flink onderhanden genomen is. Veel kaal zand, riet afgesnoeid. Hoeplijk zijn de kruisbladgentiaan, de parnassia, het dudiendguldenkruid en de rietorchissen straks nog aanwezig. Het prachtige zonnetje verleende de wandeling een extra genoegen. De gele paaltjes gaven de route prima aan d en brachten ons weer keurig bij de boerderij terug.