maandag, juni 18

Meerfelder Maar

Een van de eerste zaken die ik bij een nieuwe camping automatisch bekijk zijn de wilde planten op de camping. Ooit troffen we een camping waar de orchidee├źn rond onze tent groeiden. Bij het opzetten van onze tentjes hebben we er abusievelijk enkele exemplaren geplet.
Zo mooi is Natur-camping Vulkaneifel niet, maar het was wel leuk direct een oude bekende, de bosooievaarsbek, te zien groeien. Wild, en niet aangeplant. De bosooievaarsbek komt in Nederland alleen als verwilderde tuinplant voor, maar in Midden Europa is hij vrij algemeen in de bossen te vinden.

Op de nieuw aangeschafte wandelkaart 1:25000 is een Maar van vulkanische origine te zien, niet ver van de camping: het Meerfeldermaar. Nu we in de Vulkaaneifel zitten is dat natuurlijk DE bestemming. We verlaten de camping aan de achterzijde, en volgen een breed bospad naar beneden. Het bos is gemengd, met verschillende loof- en naaldbomen.

Het pad komt uit op de lokale doorgaande weg. Langs de rand van de weg lopen we verder, en verschillende passerende autos wijken netjes voor ons uit. Typisch Duits: aangegeven wandelroutes voeren langs doorgaande autowegen, er is geen trottoir, wandelaars wandelen op de openbare doorgaande weg, en automobilisten wijken netjes en waar mogelijk weid uit.

In de berm groeide vooral braam, een gele composiet, en grote muur. De bosanemoontjes zijn uitgebloeid. En dan, in de berm van de autoweg, opeens een steenbreek. Hij komt me heel bekend voor, maar welke is het? Na diep spitten in het geheugen komt het bovendrijven: rondbladige steenbreek, saxifraga rotundifolia. Maar is het die ook? Ergens is er iets vreemds. De meegenomen Nederlandse flora geeft daar geen antwoord op. Dat wordt fotograferen en bij de tent opzoeken.

Even verderop gaat de route verder over een pad dat de weg min of meer op afstand volgt. Een half uurtje later zijn we bij het Meerfelder Maar. Een informatiebord vertelt dat een maar door lava en stoom is ontstaan, en een krater door een lava uitbarsting. Een pad voert rondom het meer, een gedeelte is "naturschutzgebied". Typisch Duits: een bordje is voldoende om iedereen weg te houden. Het beschermde deel bestaat uit veenachtig gebied, waarin ik van afstand een Kluwenklokje meen te herkennen. Verder is het Maar een beetje teleurstellend: weinig bijzondere planten. Wel loopt rondom het Maar iets van een kraterhelling. Dat geeft het leuke gevoel toch in een krater te zijn geweest.

Via een iets andere route keren we naar de tent terug.

Bij de tent zoeken in de meegebrachte flora's. Er blijkt een steenbreek soort te zijn die overeenkomstige bladeren heeft: de Knolsteenbreek. Die zou echter, trouw aan zijn naam, kleine knolletjes vlak boven of onder de grond moeten hebben. Dus terug naar de bocht in de weg. Inspectie van enkele plantjes levert in ieder geval geen bovengrondse knolletjes. Onder de grond dan? De grond is hier uiterst los humeus, en wroeten leidt hier al snel tot beschadiging van wortels en dus plant. Voor een Paardenbloem lig ik daar niet wakker van, maar bij zeldzamere planten ben ik daar van nature terughoudend mee. Toch maar voorzichtig bij een ervan proberen: inderdaad zie ik enkele 2 of 3 mm kleine wit/lichtbruine korreltjes, die bij de plant lijken te horen. Helemaal zeker is het niet, want de meegebrachte flora's beschrijven de knolletjes niet.
Een reactie posten