dinsdag, december 24

LAW Deltapad kaart 25 Banjaard-Vrouwenpolder

Dinsdag 24 december 2013

Het is de dag voor Kerstfeest,  en ik ben onderweg om Opa Dekker uit Middelburg voor de kerstdagen op te halen. Vandaag ben ik alleen: Jos moet werken. De weersvooruitzichten zijn bar, 10-14 mm regen vandaag, en harde wind. De verleiding is groot om bij Bergen op Zoom een stuk van het Deltapad te wandelen: Er is een stuk van Goedereede naar Bergen op Zoom. Maar die tak staat niet in onze planning. Belangrijker nog: ik verlang naar een stevige zeewind in mijn gezicht.

Het is pas onderweg bij Rotterdam dat ik besluit om toch het 'echte deltapad' te doen.

Het parkeren bij de Banjaard is in deze tijd van het jaar geen probleem, ruimte genoeg. Vanaf een kleine parkeerplaats met een bordje "betaald parkeren" maar zonder parkeerautomaat loop ik de dijk op. Direct wordt ik begroet met de bekende wit-rode stickers van de Lange Afstand Wandelpaden. Prettig, dat scheelt zoeken :)

Ik wandel een stukje rechtsaf, en voel de wind in de rug. Al snel kom ik bij iets wat het begin van dit traject lijkt te zijn, dus terug en over de dam naar het zuiden. In het noorden zie ik de Oosterscheldekering.

Het enige wat in bloei staat is het bezemkruiskruid. Eind december bloeien lijkt me toch een hele prestatie voor een plant die oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komt.

Niet in bloei staat de duindoorn, maar die staat wel vol met de oranje bessen, die vooral bij trekvogels in trek schijnen te zijn. "Schijnen"  zeg ik bewust, want de najaarstrek is nu toch wel voorbij en de struiken hangen nog vol.

De Veerse dam was de eerste dam van de deltawerken. In de loop van tientallen jaren is er aardig wat zand tegen aan  en bovenop gewaaid. Op dit zand tiert de duindoorn welig. Tevergeefs speur naar de duindoornvuurzwam, een vuurzwam die vooral in Nederland zou voorkomen. Slechts één keer heb ik de onopvallende knoest kunnen waarnemen.

Wat ik wel zie zijn witte en bruine kluwens die er uitzien als het resultaat van spinselmotten. Ik kan me niet herinneren die eerder gezien te hebben. Er zijn er tientallen van, vooral op bes-loze struiken. Betekent dit dat de struiken hierdoor zo verzwakken dat ze geen bessen meer dragen? De duindoorn is tweehuizig, oftewel aparte mannelijke en vrouwelijke exemplaren. Heeft de mot een voorkeur voor de mannelijke exemplaren? Thuis uitzoeken.

Er zou volgens de buienradar een regenfront vanuit het westen binnenschuiven. Terwijl ik wandel lijken de wolken en de wind vanuit het zuiden te komen.  Er begint een lichte miezer te vallen die geleidelijk intenser wordt. Ik trek de eendags regencape aan die ik voor de zekerheid had meegenomen.

Al spoedig bereik ik de zuidpunt van de dam. Een informatiebord vermeldt dat hier vroeger fort den Haak stond. Het is goed dat het bord er staat, want ik zie niets van overblijfselen. Het pad staat goed aangegeven, en voert me langs Breezand. Nu woonde ik als kind in de Breezandstraat, dus ik bekijk het plaatsje met meer dan gewone belangstelling. Veel huisjes zien er uit als vakantiehuisjes, maar er zijn er ook die als vaste woning lijken te dienen.

Bij de grens van Vrouwenpolder keer ik terug. Terug op de dam lijkt de wind nog wat aan kracht te hebben gewonnen, en mijn eendagsregencape waait aan flarden.
De enige andere wandelaar die ik op de dam tegenkom is een vrouw met een aantal bessentakken in haar arm. Ik kan me voorstellen dat ze kleur geven aan een kerststukje.

Thuis gekomen ga ik op zoek naar de geheimzinnige motten op de duindoorn.
Hier beschouwen we de duindoorn als een niet zo nuttige plant, die we in de duinen zijn plaatsje gunnen, maar daar is onze goodwill voor dit prik en steekgeval dan wel mee uitgeput. In China, lees ik, beschouwt men het als een economisch  waardevolle plant die men inzet tegen de oprukkende woestijnen, en voor grondverbetering, vooral in Noord China. En ze wordt aangetast door de larven van de Holcocerus hippophaecolus, de timmermansmot. Maar die lijken zich een weg te vreten van onderaf. Daar heb ik niet zo veel van gezien.

Wat verder surfend kom ik bij de bastaardsatijnvlinder. Die hoort volgens de beschrijving bij de stippelmotten. Dat lijkt goed te kloppen.

Gewandeld: 4,5 km
Nog te gaan: 175,5 km




Een reactie plaatsen