maandag, juli 8

Rond de meertjes van Puymorens

Vrijdag 5 juli

Vandaag maakten we een korte wandeling bij de meertjes van Puymorens. Op het parkeerplaatsje hadden we het bijna laatste onofficiƫle plekje, alle reguliere plekjes waren al in gebruik.

Het was een mooie wandeling. De brem, welke soorten het ook zijn, staan prachtig in bloei. Voor het eerst zagen we ook het Roestbladig Alpenroosje, Rhododendron ferrugineum, volop in bloei staan. Bij andere vakanties waren we meestal later in het seizoen, en was deze al bijna uitgebloeid.

We lopen de noordkant van het dal, wat de droge kant van het dal te zijn. We passeren de twee meertjes. Er graast een kudde paarden en koeien op het vlakke stuk grond aan het eind van het tweede meertje. Aan het einde van het tweede meertje is het even zoeken hoe het verder moet. We ontdekken het pad, maar merken ook dat de tijd al opschiet. We maken dan ook geen rondje, maar volgen dezelfde weg terug.

Planten onderweg waren het reeds genoemde roestbladig alpenroosje, ten minste twee bremsoorten, Nieskruid (helleboris niger) (zaaddragend), Alpenweegbree (plantago alpina), Biscutella cichoriifolia, en vermoedelijk Zandblauwtje (Jasione montana) en even vermoedelijk phyteuma globulariifolium en verrassend genoeg op de meest afgelegen plek in het dal Schijnpapaver (meconopsis cambrica).

Maandag 8 juli.

We besluiten om de meertjestocht bij Puymorens nog een keer te proberen. Jammer genoeg glijdt Jos bij het oversteken van een bergbeekje gemeen uit. Gelukkig lijkt ze er geen schade aan over te houden.

We starten ditmaal aan de zuidkant, en steken de beek te vroeg over, doordat een parkeerplaats die niet op de kaart staat ons van de wijs brengt. Wanneer we bij de laatste parkeerplaats zijn, kiezen we een onofficieel pad langs de beek. Het paadje voert langs een mooie waterval, die nergens op de kaart staat. Aan het eind van het tweede meertje is nu alleen de kudde paarden te zien. We volgen het pad aan de noordkant van het dal terug. De witte affodil (asphodelius albus) staat hier nu ook in bloei. Datzelfde geldt voor de grote gele gentiaan.

Op de terugweg stoppen we nog even op de col de Puymorens. Daar heb ik al rijdend twee kleuren orchideen gezien. In het voorbijrijden zien ze er in ieder geval zo uit. Omdat we nog tijd over hebben, wil ik ze nu wel eens bekijken. Het blijken inderdaad orchideen te zijn. Maar wel 1 soort, die zich vaak in twee kleuren vlak naast elkaar toont: Vliergeurorchis (dactylorhiza sambucina). Op de Nederlandstalige wikipedia heeft iemand hem vlierorchis gedoopt. Vliergeurorchis lijkt me nauwkeuriger.

Al met al een mooie wandeling: de paden waren af en toe wat uitdagend, de flora bijzonder, en de uitzichten boeiend.

Een reactie plaatsen